Om me straks niet te hoeven schamen voor de werkster, breng ik nog vlug de flessen naar de glasbak. Twee vrouwen, een jaar of zestig, zien mij voor de derde keer uitladen. "De buurman is ziek", zeg ik. Dat is ook zo.
Gisteren kattenvoer vergeten. Ik loop meteen even de supermarkt in. En nu ik er toch ben, ook wat brood, beleg en woksaus. En schoolkoeken, en spinazie, en badschuim, en tandpasta.
Bij de kassa hangen tassen, vijftig cent. Daar heb ik er nog zeventien van in mijn garage liggen. Ik vraag wel zo'n doorzichtig scheurgevoelig tasje, neem ik me voor. Die zijn gratis.
Mag ik zo'n tasje? vraag ik na het afrekenen en ik wijs naar de rol die naast haar ligt. Ik krijg er eentje, met tegenzin, zo lijkt het. Dat is niet voldoende en ik vraag er nog een.
Dat kan niet.
Jawel hoor, daar liggen ze.
Ja, maar het kan niet.
Daarnet kon je het ook.
Ik geef er maar een per klant.
Het aantal zou toch afhankelijk moeten zijn van de hoeveelheid boodschappen.
Toch geef ik er maar één.
Dan wacht ik hier wel op de volgende kassière.
Dan kunt u lang wachten.
Neem ik alle tijd voor. Ik kan zo toch niet weg.
Ik ben benieuwd. De rij begint al langer te worden. Ze gaat de volgende klant helpen. Ik blijf staan. Hou ik op zich wel van, zo'n wedstrijdje kijken-wie-de-hardste-kop-heeft.
Halverwege staat ze plots op. Ze loopt naar een collega. Ze praten. Ik, die moeilijke vent, ben het onderwerp. Nee, dat kan echt niet, hoor ik die collega zeggen. Ja, maar hij gaat niet weg.
Intussen kijk ik, een beetje voorzichtig, naar de rij wachtende mensen achter me. Die hebben vast ook wel iets anders te doen, schat ik in.
Mijn kassière is terug. Pakt de rol, trekt er een tasje af en gooit het zonder iets te zeggen voor mijn neus. Gewonnen! Het kan dus wel.
Dankjewel, zeg ik net iets te vriendelijk.
Terwijl ik de tasjes vul, zie ik mevrouw de collega op me afkomen. Ah leuk, dat wordt een discussie, altijd voor te porren.
Meneer, wij denken aan het milieu.
Dat is mooi.
Daarom hebben wij als regel dat iedere klant maar een tasje krijgt.
Ik heb net geconstateerd dat uw kassière die regel niet in acht neemt.
Ze loopt weg. Jammer, dat ging iets te snel.
Ik ga ook. Terwijl ik naar buiten loop, zie ik op de fruitafdeling een vrouw een stuk of tien tasjes van een rol trekken en in haar wagentje leggen.
Zo moet dat dus.
zaterdag 26 januari 2013
maandag 6 augustus 2012
Javea
Suzan heet ze. Ze ligt vlak naast me op het strand, met Wim. Ze hebben vier ligstoeltjes, twee in de schaduw van hun parasol en twee in de zon. Beiden hebben een boek in hun hand, hij dat van Van der Gijp, maar ze lezen niet. Want zij praat. Over zijn moeder, die is echt niet normaal. Zoals díe doet.
De temperatuur van het Spaanse zeewater is perfect. Lang geleden, ik kom niet zo vaak op het strand. De kinderen wilden en dan ga je. Het water is hier niet zo zout, ik merk het aan mijn ogen, zegt Rick.
Na de vakantie zal ik het je moeder eens goed vertellen, hoor ik Suzan zeggen als ik weer lig. En dat geld moet ze ook eindelijk eens terugbetalen, dat lijkt me duidelijk. Hoe kun je nou zo je zoon bedriegen, dat mens is ziek. Ziek is ze, in haar hoofd. Compleet ziek.
Wil je wat eten? vraagt Wim.
Nee.
Je hebt bijna nog niets gehad.
Ik heb geen honger. En als ik geen honger heb, heb ik geen honger. En als ik geen honger heb, dan eet ik niet. Dat snap je toch wel, mag ik hopen.
Hels word ik van je moeder met haar schijnheilig gedoe. Maar dat geld ga ik niet afdwingen, dat betaalt ze toch niet. Daarom heb ik laatst de telefoon erop gegooid. Woedend was ik. Ik snap niet dat jij daar allemaal zo slap over doet.
Ach ja, m'n moeder. Zeg, heb jij ook niet gemerkt dat het zeewater hier minder zout is?
Hoezo minder zout, hoe weet jij dat nou?
Dat proefde ik.
Wat is dat nou voor onzin? Zit je soms overal op de wereld stukken zee te proeven?
Je kunt toch wel eens een slok water naar binnen krijgen?
En wat dan nog? Ga je dan direct het zoutgehalte registreren om de gegevens te vergelijken met die van een andere zee? Dit slaat werkelijk nergens op, Wim.
Je wordt al net zo gek als je moeder. Dat mens spoort echt niet. Als ik terug in Nederland ben, geef ik haar direct het nummer van mijn psycholoog.
De temperatuur van het Spaanse zeewater is perfect. Lang geleden, ik kom niet zo vaak op het strand. De kinderen wilden en dan ga je. Het water is hier niet zo zout, ik merk het aan mijn ogen, zegt Rick.
Na de vakantie zal ik het je moeder eens goed vertellen, hoor ik Suzan zeggen als ik weer lig. En dat geld moet ze ook eindelijk eens terugbetalen, dat lijkt me duidelijk. Hoe kun je nou zo je zoon bedriegen, dat mens is ziek. Ziek is ze, in haar hoofd. Compleet ziek.
Wil je wat eten? vraagt Wim.
Nee.
Je hebt bijna nog niets gehad.
Ik heb geen honger. En als ik geen honger heb, heb ik geen honger. En als ik geen honger heb, dan eet ik niet. Dat snap je toch wel, mag ik hopen.
Hels word ik van je moeder met haar schijnheilig gedoe. Maar dat geld ga ik niet afdwingen, dat betaalt ze toch niet. Daarom heb ik laatst de telefoon erop gegooid. Woedend was ik. Ik snap niet dat jij daar allemaal zo slap over doet.
Ach ja, m'n moeder. Zeg, heb jij ook niet gemerkt dat het zeewater hier minder zout is?
Hoezo minder zout, hoe weet jij dat nou?
Dat proefde ik.
Wat is dat nou voor onzin? Zit je soms overal op de wereld stukken zee te proeven?
Je kunt toch wel eens een slok water naar binnen krijgen?
En wat dan nog? Ga je dan direct het zoutgehalte registreren om de gegevens te vergelijken met die van een andere zee? Dit slaat werkelijk nergens op, Wim.
Je wordt al net zo gek als je moeder. Dat mens spoort echt niet. Als ik terug in Nederland ben, geef ik haar direct het nummer van mijn psycholoog.
donderdag 19 april 2012
Roefeldag
Roefelen, ik blijf het een raar woord vinden. Het zou Vlaams zijn voor "kennis maken met", aldus de website van de stichting Roefelen. De stichting organiseert jaarlijks voor basisscholen bezoeken bij bedrijven in de regio.
Ik ben dit jaar samen met een andere vader begeleider van een groepje kinderen. Niet alleen kinderen leren van zo'n dag, maar zeker ook de volwassenen, zo was ons tijdens de informatieavond beloofd. Ik ben benieuwd.
Het motregent en het is koud op het plein van het schippersinternaat dat is uitgekozen als startpunt. We willen vertrekken, maar eerst volgen nogmaals instructies en toespraken. De kinderen luisteren niet, maar spelen met de alom aanwezige met heliumgas gevulde ballonnen. Veel te leuk ook om los te maken en op te laten. Dan verschijnt een in Middeleeuws kostuum geklede stadsbode die met hese stem de dag aankondigt. Niemand ziet het verband tussen deze bode en het thema. Roefelen, roept hij schor, en de kinderen moeten hem naroepen. Dat blijft hij doen. Ik kijk om me heen en zie voornamelijk volwassenen enthousiast meedoen: roefelen, roefelen, roefelen!
Gelukkig, we mogen weg.
We arriveren bij het eerste bedrijf. Een vriendelijke ontvangst. Ga maar alvast naar de kantine, wordt ons gezegd, we komen er zo aan. In de kantine zien we op tafel twee dozen met koeken van de plaatselijke bakker staan. Mmm, zeggen de kinderen verlekkerd.
Willen jullie wat drinken? wordt gevraagd. Ja, roepen ze in koor. Als blijkt dat er alleen icetea is, hoeft de helft toch niet. Ik zal eerst de dozen met koeken eens wegzetten, zegt de gastvrouw. Die zijn van mijn collega die vandaag jarig is.
Die gezichten.
We krijgen uitleg over de transport- en opslagwerkzaamheden van het bedrijf. Momenteel hebben we chocolade in opslag, daar mogen jullie straks van proeven, zegt ze. Dat klinkt alvast goed. Maar eerst een rondleiding en meerijden met de vrachtwagens en de heftrucks. Het maakt allemaal grote indruk.
Tijd om te snoepen. Er wordt iemand bijgeroepen die met een ladder op een cilindertank klimt, er vanaf boven ingaat en met een emmer vol brokken chocolade terugkomt. Gretig eten ze ervan.
Ik zeg tegen de andere begeleider dat het toch eigenlijk niet kan dat op een opslagplaats van het product van een afzender wordt gesnoept. Jawel hoor, weet hij mij met stelligheid uit te leggen, dat is helemaal niet erg, er zit voor duizenden kilo's aan chocolade in die tank en dat merkt dan toch niemand.
Bij dit bedrijf heb ik hiermee mijn eerste leermoment van de dag. We maken ons klaar voor het volgende bedrijfsbezoek. Kijken of we nog meer kunnen opsteken.
Ik ben dit jaar samen met een andere vader begeleider van een groepje kinderen. Niet alleen kinderen leren van zo'n dag, maar zeker ook de volwassenen, zo was ons tijdens de informatieavond beloofd. Ik ben benieuwd.
Het motregent en het is koud op het plein van het schippersinternaat dat is uitgekozen als startpunt. We willen vertrekken, maar eerst volgen nogmaals instructies en toespraken. De kinderen luisteren niet, maar spelen met de alom aanwezige met heliumgas gevulde ballonnen. Veel te leuk ook om los te maken en op te laten. Dan verschijnt een in Middeleeuws kostuum geklede stadsbode die met hese stem de dag aankondigt. Niemand ziet het verband tussen deze bode en het thema. Roefelen, roept hij schor, en de kinderen moeten hem naroepen. Dat blijft hij doen. Ik kijk om me heen en zie voornamelijk volwassenen enthousiast meedoen: roefelen, roefelen, roefelen!
Gelukkig, we mogen weg.
We arriveren bij het eerste bedrijf. Een vriendelijke ontvangst. Ga maar alvast naar de kantine, wordt ons gezegd, we komen er zo aan. In de kantine zien we op tafel twee dozen met koeken van de plaatselijke bakker staan. Mmm, zeggen de kinderen verlekkerd.
Willen jullie wat drinken? wordt gevraagd. Ja, roepen ze in koor. Als blijkt dat er alleen icetea is, hoeft de helft toch niet. Ik zal eerst de dozen met koeken eens wegzetten, zegt de gastvrouw. Die zijn van mijn collega die vandaag jarig is.
Die gezichten.
We krijgen uitleg over de transport- en opslagwerkzaamheden van het bedrijf. Momenteel hebben we chocolade in opslag, daar mogen jullie straks van proeven, zegt ze. Dat klinkt alvast goed. Maar eerst een rondleiding en meerijden met de vrachtwagens en de heftrucks. Het maakt allemaal grote indruk.
Tijd om te snoepen. Er wordt iemand bijgeroepen die met een ladder op een cilindertank klimt, er vanaf boven ingaat en met een emmer vol brokken chocolade terugkomt. Gretig eten ze ervan.
Ik zeg tegen de andere begeleider dat het toch eigenlijk niet kan dat op een opslagplaats van het product van een afzender wordt gesnoept. Jawel hoor, weet hij mij met stelligheid uit te leggen, dat is helemaal niet erg, er zit voor duizenden kilo's aan chocolade in die tank en dat merkt dan toch niemand.
Bij dit bedrijf heb ik hiermee mijn eerste leermoment van de dag. We maken ons klaar voor het volgende bedrijfsbezoek. Kijken of we nog meer kunnen opsteken.
zaterdag 7 april 2012
Koffie
Half zes in de ochtend. De wekker. Veel te vroeg, maar zij moet er al uit. Blijf jij nog maar lekker liggen, zegt ze. Ik haal even koffie.
Ze loopt naar de woonkamer. Ik hoor een kabaal en schrik op. Ze blijkt in alle vroegte een luidruchtige confrontatie te hebben opgezocht met een stoel. Die staat er toch al een tijdje. Ze praat tegen de stoel. Die treft kennelijk verwijten.
Ik draai me nog maar even om, terwijl ze mompelend verder naar de keuken loopt. Ik zit direct weer strak rechtop in bed als ik een enorm glasgerinkel hoor. De wijnglazen van gisteravond stonden nog op het aanrecht, schiet het door me heen. Ik hoor haar weer praten. Mij is niet duidelijk of ze haar conversatie met de stoel aan het voortzetten is of inmiddels een gesprek heeft aangeknoopt met de glasscherven. Het lijkt me verstandig het maar niet te gaan vragen.
Met een mok koffie komt ze naast me zitten in bed. Ging het niet goed? vraag ik dom. Nee, niet echt, zegt ze.
Ze moet ervandoor. Ze kust me en gaat weer. Ik houd m'n hart vast.
Als ik de voordeur hoor dichtslaan, weet ik dat ik zonder vrees nog even m'n ogen kan dichtdoen. Het is ook nog te vroeg. Veel te vroeg.
Ze loopt naar de woonkamer. Ik hoor een kabaal en schrik op. Ze blijkt in alle vroegte een luidruchtige confrontatie te hebben opgezocht met een stoel. Die staat er toch al een tijdje. Ze praat tegen de stoel. Die treft kennelijk verwijten.
Ik draai me nog maar even om, terwijl ze mompelend verder naar de keuken loopt. Ik zit direct weer strak rechtop in bed als ik een enorm glasgerinkel hoor. De wijnglazen van gisteravond stonden nog op het aanrecht, schiet het door me heen. Ik hoor haar weer praten. Mij is niet duidelijk of ze haar conversatie met de stoel aan het voortzetten is of inmiddels een gesprek heeft aangeknoopt met de glasscherven. Het lijkt me verstandig het maar niet te gaan vragen.
Met een mok koffie komt ze naast me zitten in bed. Ging het niet goed? vraag ik dom. Nee, niet echt, zegt ze.
Ze moet ervandoor. Ze kust me en gaat weer. Ik houd m'n hart vast.
Als ik de voordeur hoor dichtslaan, weet ik dat ik zonder vrees nog even m'n ogen kan dichtdoen. Het is ook nog te vroeg. Veel te vroeg.
vrijdag 30 maart 2012
Antwerpen
Hotel Banks heb ik als verrassing voor haar uitgekozen. Midden in het centrum van Antwerpen en volgens de foto's op internet strak ingericht.
We mogen gratis gebruik maken van de bar en de tapas, wordt ons bij binnenkomst gezegd. Het ziet er allemaal eigentijds uit. Na het ons aangeboden wat-zijn-we-blij-dat-jullie-er-zijn-glaasje-champagne, bekijken we onze kamer. Strak. Het is vlak voor Valentijnsdag en ons bed ligt vol rozenblaadjes. Die doen we er meteen af.
We hebben zin in tapas, maar dan niet in het hotel. De Groenplaats is daarvoor veel geschikter, vinden we. De kou deert ons niet en we nemen een februari-terrasje. Met een dekentje over ons heen laten we ons tapas met port serveren. De terrasverwarmer doet zijn best. Zij vertelt en ik luister, terwijl twee Belgische madammen met jassen in tijgerprint ons passeren.
We doen nog een port.
We willen wat eten, maar wel met uitzicht op de kathedraal. Dat moet natuurlijk ook, we zijn immers in Antwerpen en dat willen we zo ervaren. Maar niet te ver lopen, dus wordt het, wat decadent, het Hilton. Op de kaart staat een ossenhaas met truffel zichzelf aan te prijzen en we vallen voor zijn charmes. De andere ossenhaas met wintergroenten verliest het daarvan.
Na ons voorgerecht menen we de truffel al te ruiken. Bij het inzetten zien we wintergroenten verschijnen. Die geven zich blijkbaar niet snel gewonnen. Het sorry-we-hebben-ons-vergist kan ons niets schelen, de kathedraal heeft dat al op voorhand gecompenseerd.
Het afzakkertje doen we iets verderop in een trendy bar. Even lopen, maar ondanks haar moeilijke been, lukt dat. Positieve energie, zegt ze. Ik voel het ook.
We mogen gratis gebruik maken van de bar en de tapas, wordt ons bij binnenkomst gezegd. Het ziet er allemaal eigentijds uit. Na het ons aangeboden wat-zijn-we-blij-dat-jullie-er-zijn-glaasje-champagne, bekijken we onze kamer. Strak. Het is vlak voor Valentijnsdag en ons bed ligt vol rozenblaadjes. Die doen we er meteen af.
We hebben zin in tapas, maar dan niet in het hotel. De Groenplaats is daarvoor veel geschikter, vinden we. De kou deert ons niet en we nemen een februari-terrasje. Met een dekentje over ons heen laten we ons tapas met port serveren. De terrasverwarmer doet zijn best. Zij vertelt en ik luister, terwijl twee Belgische madammen met jassen in tijgerprint ons passeren.
We doen nog een port.
We willen wat eten, maar wel met uitzicht op de kathedraal. Dat moet natuurlijk ook, we zijn immers in Antwerpen en dat willen we zo ervaren. Maar niet te ver lopen, dus wordt het, wat decadent, het Hilton. Op de kaart staat een ossenhaas met truffel zichzelf aan te prijzen en we vallen voor zijn charmes. De andere ossenhaas met wintergroenten verliest het daarvan.
Na ons voorgerecht menen we de truffel al te ruiken. Bij het inzetten zien we wintergroenten verschijnen. Die geven zich blijkbaar niet snel gewonnen. Het sorry-we-hebben-ons-vergist kan ons niets schelen, de kathedraal heeft dat al op voorhand gecompenseerd.
Het afzakkertje doen we iets verderop in een trendy bar. Even lopen, maar ondanks haar moeilijke been, lukt dat. Positieve energie, zegt ze. Ik voel het ook.
dinsdag 31 januari 2012
Mediamarkt
Kan ik u helpen?
Dat weet ik niet. Ik ken u niet.
Ik ben hier om klanten te helpen.
Doet u dat uit uzelf of werkt u hier?
Ik werk hier.
Dan heeft men u dus daarvoor in dienst genomen. Ik neem aan naar aanleiding van een sollicitatiegesprek?
Klopt helemaal.
Dan is tijdens dat gesprek gebleken dat u mensen kunt helpen.
Ik ben als beste gekozen uit twaalf sollicitanten.
Waarom vraagt u dan aan mij of u mij kunt helpen?
Ik wil daarmee aangeven dat ik u van dienst kan zijn.
Ah, op die manier. Ja, dat kan. Ik zoek zo'n box voor mijn iPhone, maar ik zie door de bomen het bos niet meer.
Oh, daar heb ik geen verstand van. Ik zal mijn collega even roepen.
Dat weet ik niet. Ik ken u niet.
Ik ben hier om klanten te helpen.
Doet u dat uit uzelf of werkt u hier?
Ik werk hier.
Dan heeft men u dus daarvoor in dienst genomen. Ik neem aan naar aanleiding van een sollicitatiegesprek?
Klopt helemaal.
Dan is tijdens dat gesprek gebleken dat u mensen kunt helpen.
Ik ben als beste gekozen uit twaalf sollicitanten.
Waarom vraagt u dan aan mij of u mij kunt helpen?
Ik wil daarmee aangeven dat ik u van dienst kan zijn.
Ah, op die manier. Ja, dat kan. Ik zoek zo'n box voor mijn iPhone, maar ik zie door de bomen het bos niet meer.
Oh, daar heb ik geen verstand van. Ik zal mijn collega even roepen.
zondag 21 augustus 2011
Carpentras
Het is zeker 35 graden in Carpentras. Ik zit in de schaduw van de oude moerbeiboom van Le Vieux Bounias met twee boeken aan de lange houten tafel. Alleen, want de meeste gasten van het verblijf zijn uitstapjes gaan maken. Rick is met zijn twee Vlaamse vriendjes-sinds-drie-dagen in het zwembad. Ik hoor hun schatergelach. Mijn vrouw ligt aan de rand te zonnen.
Ik geniet hier van het weidse uitzicht van de Vaucluse. De Mont Ventoux die we gisteren, goed, met de auto, hebben beklommen, zie ik in de verte. Vlak voor me zie ik een lézard die, net uit de koele struiken gekropen, me aandachtig opneemt en dan wegschiet. Ik ruik de geur van lavendel, die mij bevestigt in de Provence te zijn. Elly, onze gastvrouw, vraagt me of ik een koud biertje lust. Ik antwoord bevestigend. Dit is, denk ik toch, wat men met onthaasten bedoelt.
Voor me liggen twee boeken. Dick Swaab over dat we ons brein zijn en Youp van 't Hek met lekker luchtige kost. Ik denk na welke het deze middag gaat worden.
Voor ik een keus kan maken, staan Rick en zijn vriendjes bij me. Gaan we petanque spelen, dat had je beloofd? Dat heb je dus met beloftes, daar komen ze op terug.
Afgelopen weekend had Le Vieux Bounias een petanque-toernooi georganiseerd onder leiding van buurman Gerard, een Fransman zoals een Fransman qua uiterlijk, doen en spreken bedoeld is. Alle gasten, buren en nog wat ontheemde Nederlanders uit de buurt deden mee. Met en voor z'n allen hapjes klaargemaakt, maar op het sportieve vlak ieder voor zich. Mijn groepje belandde als goede middenmoot. Je moet niet altijd willen winnen en een ander ook wat gunnen, zei ik nog. Ik blik jullie komende week nog wel in, was mijn toezegging.
Dat moment is dus nu. Ik laat hen winnen, als ik merk dat het toch niet wil lukken. Ze geloven er niets van. Na drie potjes, zeg ik weer wat te gaan lezen.
Of ik haar rug wil insmeren, roept mijn vrouw. Natuurlijk, met alle liefde zelfs. En of ik iets te eten wil klaarmaken. Tuurlijk.
Na ons middaghapje, begeef ik me weer richting de moerbeiboom. Ik moet nog een boek kiezen. "Zijn jullie vandaag nog weg geweest?" hoor ik Philippe zeggen. Ze zijn naar St. Didier en Pernes-les-Fontaines geweest. Ik krijg een gedetailleerde omschrijving van alle bezienswaardigheden. Het was zo mooi, maar wel erg warm. Ze gaan daarom nu eerst douchen.
Ik hoor het hek opengaan. Onze ijzersterke gastheer Pim komt er aan. Hij heeft zojuist een route van 150 kilometer rond de Mont Ventoux afgelegd. We gaan eerst wat drinken, zegt hij me en doet zijn verhaal.
Intussen komen andere gasten terug en schuiven ook aan de tafel aan. De prachtige omgeving en het weer, en zeker die voortdurende regen in Nederland, worden uitgebreid doorgesproken. Het is veel te gezellig, niemand heeft zin om te koken of nog uit eten te gaan. Iedereen wil aan de tafel blijven zitten. We laten pizza's komen en doen onze dagelijkse muziekquiz.
Het zit er inmiddels alweer op. Morgen weer aan het werk. Sparen voor de volgende vakantie. Ik heb alvast twee boeken.
Ik geniet hier van het weidse uitzicht van de Vaucluse. De Mont Ventoux die we gisteren, goed, met de auto, hebben beklommen, zie ik in de verte. Vlak voor me zie ik een lézard die, net uit de koele struiken gekropen, me aandachtig opneemt en dan wegschiet. Ik ruik de geur van lavendel, die mij bevestigt in de Provence te zijn. Elly, onze gastvrouw, vraagt me of ik een koud biertje lust. Ik antwoord bevestigend. Dit is, denk ik toch, wat men met onthaasten bedoelt.
Voor me liggen twee boeken. Dick Swaab over dat we ons brein zijn en Youp van 't Hek met lekker luchtige kost. Ik denk na welke het deze middag gaat worden.
Voor ik een keus kan maken, staan Rick en zijn vriendjes bij me. Gaan we petanque spelen, dat had je beloofd? Dat heb je dus met beloftes, daar komen ze op terug.
Afgelopen weekend had Le Vieux Bounias een petanque-toernooi georganiseerd onder leiding van buurman Gerard, een Fransman zoals een Fransman qua uiterlijk, doen en spreken bedoeld is. Alle gasten, buren en nog wat ontheemde Nederlanders uit de buurt deden mee. Met en voor z'n allen hapjes klaargemaakt, maar op het sportieve vlak ieder voor zich. Mijn groepje belandde als goede middenmoot. Je moet niet altijd willen winnen en een ander ook wat gunnen, zei ik nog. Ik blik jullie komende week nog wel in, was mijn toezegging.
Dat moment is dus nu. Ik laat hen winnen, als ik merk dat het toch niet wil lukken. Ze geloven er niets van. Na drie potjes, zeg ik weer wat te gaan lezen.
Of ik haar rug wil insmeren, roept mijn vrouw. Natuurlijk, met alle liefde zelfs. En of ik iets te eten wil klaarmaken. Tuurlijk.
Na ons middaghapje, begeef ik me weer richting de moerbeiboom. Ik moet nog een boek kiezen. "Zijn jullie vandaag nog weg geweest?" hoor ik Philippe zeggen. Ze zijn naar St. Didier en Pernes-les-Fontaines geweest. Ik krijg een gedetailleerde omschrijving van alle bezienswaardigheden. Het was zo mooi, maar wel erg warm. Ze gaan daarom nu eerst douchen.
Ik hoor het hek opengaan. Onze ijzersterke gastheer Pim komt er aan. Hij heeft zojuist een route van 150 kilometer rond de Mont Ventoux afgelegd. We gaan eerst wat drinken, zegt hij me en doet zijn verhaal.
Intussen komen andere gasten terug en schuiven ook aan de tafel aan. De prachtige omgeving en het weer, en zeker die voortdurende regen in Nederland, worden uitgebreid doorgesproken. Het is veel te gezellig, niemand heeft zin om te koken of nog uit eten te gaan. Iedereen wil aan de tafel blijven zitten. We laten pizza's komen en doen onze dagelijkse muziekquiz.
Het zit er inmiddels alweer op. Morgen weer aan het werk. Sparen voor de volgende vakantie. Ik heb alvast twee boeken.
zondag 24 juli 2011
Service
- Da's dan twintig Euro.
- Hoezo, twintig Euro?
- We zijn er best lang mee bezig geweest.
- "We"? Je zou zelf m'n laptop even scannen om te kijken waar het probleem zat.
- Klopt, en dat scannen duurt best lang.
- Maar scannen doet dat ding toch zelf? Je hebt toch alleen maar de scanfunctie geactiveerd?
- Daarna heb ik nog overbodige zaken die waren gedownload verwijderd.
- Dat is toch ook zo gedaan?
- We kunnen dat niet gratis doen.
- Natuurlijk kan dat, maar ik krijg de indruk dat je dat niet wilt.
- Wij moeten ook wat verdienen.
- Dat begrijp ik wel, maar ik had verwacht dat dit onder de service zou vallen.
- We geven alleen garantie op de hardware. Het betrof hier een software-probleem.
- Natuurlijk is het een software-probleem. Ik kan geen zin meer typen. Hij zet voortdurend alles door elkaar. Ik erger me kapot, dat ding doet wat ie wil. Ik ben een kwartier bezig om een zin te twitteren.
- Op software zit geen garantie.
- Ik vraag ook niet om garantie, maar doe een beroep op jullie service. Dit is de duurste laptop die jullie hebben. Op internet stond hij voor ruim 200 Euro minder. Maar nee, jullie service, daar kon geen internetbedrijf aan tippen. Nu wil ik dus dat dit onder de service valt.
- Die service verlenen we niet op apparaten ouder dan twaalf maanden.
- Daar kan ik mee leven, maar deze laptop heb ik nog geen negen maanden.
- Maar ook niet op apparaten jonger dan twaalf maanden, zeg maar.
- Dan snap ik niet dat je het zojuist over twaalf maanden hebt.
- Dat was maar een voorbeeld.
- Een voorbeeld waarvan?
- We geven alleen garantie. En nogmaals, dat gaat dan om de hardware.
- Laten we de garantie er even buiten houden. Daar gaat het niet om. Wat houdt dan die destijds beloofde service wel in?
- Ja, uh.
- Ja?
- Bij die internetbedrijven krijg je ook geen service.
- Daar zul je nog van opkijken. Bovendien heb ik met jullie van doen. En ik krijg de toegezegde service kennelijk niet.
- We hebben het probleem wél opgelost.
- Wat was het probleem dan?
- Dat weet ik niet. De laptop is gescand en ik heb er dingen afgegooid.
- Hoe weet je dan dat het probleem is opgelost?
- Dat is dan altijd zo.
- Nou, geef maar mee. Ik heb voor twintig Euro iets geleerd over klantenbinding.
Rotding. Er blijkt niks opgelost. Schrijf ik een zin, dan worden alle letters en woorden nog steeds door elkaar gegooid.
Iemand wél een oplossing?
- Hoezo, twintig Euro?
- We zijn er best lang mee bezig geweest.
- "We"? Je zou zelf m'n laptop even scannen om te kijken waar het probleem zat.
- Klopt, en dat scannen duurt best lang.
- Maar scannen doet dat ding toch zelf? Je hebt toch alleen maar de scanfunctie geactiveerd?
- Daarna heb ik nog overbodige zaken die waren gedownload verwijderd.
- Dat is toch ook zo gedaan?
- We kunnen dat niet gratis doen.
- Natuurlijk kan dat, maar ik krijg de indruk dat je dat niet wilt.
- Wij moeten ook wat verdienen.
- Dat begrijp ik wel, maar ik had verwacht dat dit onder de service zou vallen.
- We geven alleen garantie op de hardware. Het betrof hier een software-probleem.
- Natuurlijk is het een software-probleem. Ik kan geen zin meer typen. Hij zet voortdurend alles door elkaar. Ik erger me kapot, dat ding doet wat ie wil. Ik ben een kwartier bezig om een zin te twitteren.
- Op software zit geen garantie.
- Ik vraag ook niet om garantie, maar doe een beroep op jullie service. Dit is de duurste laptop die jullie hebben. Op internet stond hij voor ruim 200 Euro minder. Maar nee, jullie service, daar kon geen internetbedrijf aan tippen. Nu wil ik dus dat dit onder de service valt.
- Die service verlenen we niet op apparaten ouder dan twaalf maanden.
- Daar kan ik mee leven, maar deze laptop heb ik nog geen negen maanden.
- Maar ook niet op apparaten jonger dan twaalf maanden, zeg maar.
- Dan snap ik niet dat je het zojuist over twaalf maanden hebt.
- Dat was maar een voorbeeld.
- Een voorbeeld waarvan?
- We geven alleen garantie. En nogmaals, dat gaat dan om de hardware.
- Laten we de garantie er even buiten houden. Daar gaat het niet om. Wat houdt dan die destijds beloofde service wel in?
- Ja, uh.
- Ja?
- Bij die internetbedrijven krijg je ook geen service.
- Daar zul je nog van opkijken. Bovendien heb ik met jullie van doen. En ik krijg de toegezegde service kennelijk niet.
- We hebben het probleem wél opgelost.
- Wat was het probleem dan?
- Dat weet ik niet. De laptop is gescand en ik heb er dingen afgegooid.
- Hoe weet je dan dat het probleem is opgelost?
- Dat is dan altijd zo.
- Nou, geef maar mee. Ik heb voor twintig Euro iets geleerd over klantenbinding.
Rotding. Er blijkt niks opgelost. Schrijf ik een zin, dan worden alle letters en woorden nog steeds door elkaar gegooid.
Iemand wél een oplossing?
donderdag 19 mei 2011
Young Stars Cup 2011
Te voet, want dat was vanwege de verwachte grote auto-opkomst gevraagd, ga ik, teamcoach van VVT E4, naar het voetbalveld. Al van ver hoor ik Henk roepen door de speakers en, aangekomen, zie ik naast een inderdaad overvolle parking, jawel, dé Engelse spelersbus. Dit is duidelijk niet zomaar een toernooi.
Ik ruik dat Bram in z'n kraampje zijn best doet op de hamburgers. Drukte, springkussens en toernooigeluiden. Die sfeer.
Enkele van mijn spelertjes, mijn Young Stars, zijn er al. Ze hebben er zin. Ik ook. Wachtend op onze eerste wedstrijd kijken we naar het meisjesteam. Ze mogen spelen op het hoofdveld. Zo hoort dat.
We beginnen twintig minuten later dan gepland, zegt de leiding me. Wat uitloop door dingen en zo. Dat moet ook bij een groot toernooi. Ha, dan kunnen we nog even gaan springen, zeggen mijn voetballertjes en weg zijn ze.
De eerste wedstrijd winnen we. Verdiend. Dat geeft zelfvertrouwen. Ze praten al over kampioen worden. Dat hoor ik niet meer als we in de volgende wedstrijd door VVT E6 worden afgedroogd. Het maakt kennelijk geen diepe indruk. Of ze nu weer naar de springkussens mogen, vragen ze direct. Tuurlijk jongens, dit is jullie dag.
Springen geeft energie en dat merkt Kloetinge. We staan er weer. Dit is voetbal. Een mooie overwinning.
Dan komt onze alllereerste internationale wedstrijd. Assenede blijkt een maatje te groot. Niet erg, zegt trainer Martijn, jullie hebben keihard gewerkt. Nu eerst dorst lessen.
Nog eentje. Opnieuw tegen E6. Martijn geeft tactische aanwijzingen. Dat werkt. Met het laatste fluitsignaal is een overtuigende overwinning een feit. We zijn derde van de poule. Gejuich, we krijgen nu niet alleen een medaille, maar ook een echte beker.
En dan nog even samen poseren voor de foto.
Mike, Guylian, Tygo, Ali, Xander, Riyad, Thimo, Rick en keeper Bart: jullie hebben een mooie prestatie neergezet!
Tijd voor een hamburger.
Ik ruik dat Bram in z'n kraampje zijn best doet op de hamburgers. Drukte, springkussens en toernooigeluiden. Die sfeer.
Enkele van mijn spelertjes, mijn Young Stars, zijn er al. Ze hebben er zin. Ik ook. Wachtend op onze eerste wedstrijd kijken we naar het meisjesteam. Ze mogen spelen op het hoofdveld. Zo hoort dat.
We beginnen twintig minuten later dan gepland, zegt de leiding me. Wat uitloop door dingen en zo. Dat moet ook bij een groot toernooi. Ha, dan kunnen we nog even gaan springen, zeggen mijn voetballertjes en weg zijn ze.
De eerste wedstrijd winnen we. Verdiend. Dat geeft zelfvertrouwen. Ze praten al over kampioen worden. Dat hoor ik niet meer als we in de volgende wedstrijd door VVT E6 worden afgedroogd. Het maakt kennelijk geen diepe indruk. Of ze nu weer naar de springkussens mogen, vragen ze direct. Tuurlijk jongens, dit is jullie dag.
Springen geeft energie en dat merkt Kloetinge. We staan er weer. Dit is voetbal. Een mooie overwinning.
Dan komt onze alllereerste internationale wedstrijd. Assenede blijkt een maatje te groot. Niet erg, zegt trainer Martijn, jullie hebben keihard gewerkt. Nu eerst dorst lessen.
Nog eentje. Opnieuw tegen E6. Martijn geeft tactische aanwijzingen. Dat werkt. Met het laatste fluitsignaal is een overtuigende overwinning een feit. We zijn derde van de poule. Gejuich, we krijgen nu niet alleen een medaille, maar ook een echte beker.
En dan nog even samen poseren voor de foto.
Mike, Guylian, Tygo, Ali, Xander, Riyad, Thimo, Rick en keeper Bart: jullie hebben een mooie prestatie neergezet!
Tijd voor een hamburger.
dinsdag 10 mei 2011
La Rochelle
We rijden naar La Rochelle, een havenplaats gelegen aan de Atlantische Oceaan, hoofdstad van de Charente-Maritime. Want, zo is ons verteld, daar is een enorm zee-aquarium, een topattractie, daar moet je geweest zijn.
Je gelooft dat.
Op de enorme parking is nauwelijks nog plaats. We zijn niet de enigen. Dat wordt nog eens extra duidelijk als we binnenkomen. Ik zie vier lange kassarijen en hoor het gejengel van verveelde kinderen die al te lang moeten wachten. We sluiten maar aan.
Achter me staat een vrouw met kinderwagen. Ze heeft er kennelijk haar aardigheid in voortdurend tegen m'n kuiten aan te rijden. Ik ga me niet opwinden, neem ik me voor, want dit is namelijk een leuke dag.
Het duurt wel een beetje lang hè, papa, zegt Rick. Ja, het schiet niet op.
Vóór me zie ik dat een koppel uit de trage rij naast ons in onze rij gaat staan. Niemand die er iets van zegt. Ik houd me aan mijn voornemen.
Nadat we betaald hebben, blijken we niet naar binnen te mogen. Het is te druk. Brandweervoorschriften en zo. Of we nog even willen wachten. Dat doen we met een dertigtal anderen. Maar uiteindelijk is het zover, de deur gaat open. De vrouw met kinderwagen heeft haast, rijdt over mijn voet en is blij, zo vermoed ik, nu enkele seconden eerder een vis te kunnen gaan aanschouwen.
Bij binnenkomst slaat de warmte in je gezicht. De hele ruimte staat bomvol. We willen haaien zien. Dat gaat niet, dat wil iedereen. Ik meen tussen de horde mensen een glimp van een haai op te vangen. Rick ziet niets. En wat is het warm. We gaan maar naar de zeepaardjes, daar is het nog een beetje te doen. Daarnaast bevinden zich de zeenaalden, een soort zeepaardjes die te lui zijn een sierlijke vorm aan te nemen. Ik zeg Rick dat dit ook vissen zijn, maar hij wil echte vissen zien. Grote.
Bij de grote vissen krioelt het nog steeds van de mensen. Iedereen heeft het warm, dat ruik ik. Ik moet weg bij die Franse zweetlucht. Dan toch maar kleine visjes bekijken. Mijn vrouw heeft het gehad en wil weg. Ik kijk naar een zeepok. Hij lacht me uit.
"Sortie" staat boven een deur. Wat een mooi woord. Buiten is het prachtig weer. Voor ons is het er lekker koel. We lopen voorbij de ingang. Ik zie lange rijen en hoor het gejengel van kinderen.
Je gelooft dat.
Op de enorme parking is nauwelijks nog plaats. We zijn niet de enigen. Dat wordt nog eens extra duidelijk als we binnenkomen. Ik zie vier lange kassarijen en hoor het gejengel van verveelde kinderen die al te lang moeten wachten. We sluiten maar aan.
Achter me staat een vrouw met kinderwagen. Ze heeft er kennelijk haar aardigheid in voortdurend tegen m'n kuiten aan te rijden. Ik ga me niet opwinden, neem ik me voor, want dit is namelijk een leuke dag.
Het duurt wel een beetje lang hè, papa, zegt Rick. Ja, het schiet niet op.
Vóór me zie ik dat een koppel uit de trage rij naast ons in onze rij gaat staan. Niemand die er iets van zegt. Ik houd me aan mijn voornemen.
Nadat we betaald hebben, blijken we niet naar binnen te mogen. Het is te druk. Brandweervoorschriften en zo. Of we nog even willen wachten. Dat doen we met een dertigtal anderen. Maar uiteindelijk is het zover, de deur gaat open. De vrouw met kinderwagen heeft haast, rijdt over mijn voet en is blij, zo vermoed ik, nu enkele seconden eerder een vis te kunnen gaan aanschouwen.
Bij binnenkomst slaat de warmte in je gezicht. De hele ruimte staat bomvol. We willen haaien zien. Dat gaat niet, dat wil iedereen. Ik meen tussen de horde mensen een glimp van een haai op te vangen. Rick ziet niets. En wat is het warm. We gaan maar naar de zeepaardjes, daar is het nog een beetje te doen. Daarnaast bevinden zich de zeenaalden, een soort zeepaardjes die te lui zijn een sierlijke vorm aan te nemen. Ik zeg Rick dat dit ook vissen zijn, maar hij wil echte vissen zien. Grote.
Bij de grote vissen krioelt het nog steeds van de mensen. Iedereen heeft het warm, dat ruik ik. Ik moet weg bij die Franse zweetlucht. Dan toch maar kleine visjes bekijken. Mijn vrouw heeft het gehad en wil weg. Ik kijk naar een zeepok. Hij lacht me uit.
"Sortie" staat boven een deur. Wat een mooi woord. Buiten is het prachtig weer. Voor ons is het er lekker koel. We lopen voorbij de ingang. Ik zie lange rijen en hoor het gejengel van kinderen.
maandag 28 maart 2011
Gummie
Beste buren,
Jullie brief over de overlast van onze kat Gummie in jullie tuin heb ik in goede orde ontvangen. Ik wilde daar al eerder op reageren, maar die was in het ongerede geraakt. De brief bleek uiteindelijk, en onverklaarbaar, onder onze nieuwe groene wasmand van de Hema te liggen. Hiervoor hadden we een bruine met van die dingetjes erop, maar die was bij een handgreep doorgescheurd en dan heb je er niet veel meer aan. Die we nu hebben is veel steviger en bovendien een stuk groter.
Dat is dus de reden dat mijn reactie even is uitgebleven. Ik weet dat wachten niet altijd leuk is. Ik had dat pas geleden nog. Bij de apotheek. Dan sta je daar met je briefje, voor iets simpels, en dan staat er een hele rij met mensen die van alles nodig hebben. En ik maar wachten en zij maar vragen stellen. Toen ik eindelijk aan de beurt was, maakte ik een grapje over dat wachten en kreeg ik zo'n chagrijnige blik toegeworpen. Terwijl ik dat dus helemaal niet zo bedoelde.
Maar goed, jullie brief gaat over Gummie. Gummie is enkele jaren geleden bij ons aan komen lopen. Ik herinner me nog dat hij uit de richting van jullie tuin kwam. Het is een echte buitenkat. Duidelijk geen beest dat binnen wil zitten en dat hebben we hem ook nooit verplicht. Hij krijgt bij ons zijn natje en zijn droogje en, als het hem belieft, laten we hem binnen. Ik heb niet de indruk dat hij in de buurt door iedereen zo liefdevol wordt benaderd.
Of Gummie in staat is jullie tuin om te ploegen, waag ik te betwijfelen. Dat is niet des kats. De ultieme manier om een kat uit de tuin te houden, is zelf een hond te nemen. Maar aangezien ik lees dat jullie alle manieren al hebben geprobeerd, neem ik aan dat die mogelijkheid is getracht en vruchteloos is gebleken. Daarna hebben jullie bepaalde materialen aangeschaft en kosten gemaakt, maar ook dat heeft blijkbaar niet geholpen. Daar kan ik me nu zo boos over maken. Dan verkopen ze je van alles en dan werkt het niet. Daar hoef je je niet bij neer te leggen. Dat is hetzelfde als je bijvoorbeeld een fietsbel koopt en dat, als je dan thuis komt, blijkt dat die het helemaal niet doet. Dan ga je toch ook terug?
Er zijn volgens mij wel geschikte middelen. Ik heb op TV eens een documentaire gezien over een bepaald apparaat waarmee ze alligators konden verjagen. En dan had je ook nog een speciaal apparaat voor aardvarkens, maar dat had een rondere vorm. Dat was bij Discovery Channel of Animal Planet, dat weet ik niet meer precies. Jullie zouden die uitzending eens moeten opzoeken. Die is van een jaar of vier geleden. Dat weet ik nog, omdat ik circa drie jaar geleden in de Beekse Bergen ben geweest - en een regen die dag, jongens toch, dat was wel jammer -, terwijl ik die uitzending daarvóór heb gezien. Geloof ik. Ik denk dat zoiets ook voor katten wel eens zou kunnen werken.
Een en ander doet er natuurlijk niet aan af dat aan jullie producten zijn verkocht die geen heil bieden. Begrijp ik jullie brief goed, dan willen jullie mijn hulp. Ik denk dat het inderdaad verstandig is de verkopers op hun daden aan te spreken en te bezien of we de door jullie betaalde gelden kunnen terug krijgen. Ik ben uiteraard bereid daar mijn tijd en en energie in te steken. Om daarover onduidelijkheid bij voorbaat uit te sluiten: ik hoef de daarmee gemoeid zijnde uren niet volledig vergoed te krijgen. Een kleine financiële tegenprestatie volstaat voor mij. Daar komen we wel uit.
Ik verneem graag van jullie.
Met vriendelijke groet,
De buurman
Ps. Zouden jullie de auto niet steeds bij ons voor de deur willen parkeren? Dank.
Jullie brief over de overlast van onze kat Gummie in jullie tuin heb ik in goede orde ontvangen. Ik wilde daar al eerder op reageren, maar die was in het ongerede geraakt. De brief bleek uiteindelijk, en onverklaarbaar, onder onze nieuwe groene wasmand van de Hema te liggen. Hiervoor hadden we een bruine met van die dingetjes erop, maar die was bij een handgreep doorgescheurd en dan heb je er niet veel meer aan. Die we nu hebben is veel steviger en bovendien een stuk groter.
Dat is dus de reden dat mijn reactie even is uitgebleven. Ik weet dat wachten niet altijd leuk is. Ik had dat pas geleden nog. Bij de apotheek. Dan sta je daar met je briefje, voor iets simpels, en dan staat er een hele rij met mensen die van alles nodig hebben. En ik maar wachten en zij maar vragen stellen. Toen ik eindelijk aan de beurt was, maakte ik een grapje over dat wachten en kreeg ik zo'n chagrijnige blik toegeworpen. Terwijl ik dat dus helemaal niet zo bedoelde.
Maar goed, jullie brief gaat over Gummie. Gummie is enkele jaren geleden bij ons aan komen lopen. Ik herinner me nog dat hij uit de richting van jullie tuin kwam. Het is een echte buitenkat. Duidelijk geen beest dat binnen wil zitten en dat hebben we hem ook nooit verplicht. Hij krijgt bij ons zijn natje en zijn droogje en, als het hem belieft, laten we hem binnen. Ik heb niet de indruk dat hij in de buurt door iedereen zo liefdevol wordt benaderd.
Of Gummie in staat is jullie tuin om te ploegen, waag ik te betwijfelen. Dat is niet des kats. De ultieme manier om een kat uit de tuin te houden, is zelf een hond te nemen. Maar aangezien ik lees dat jullie alle manieren al hebben geprobeerd, neem ik aan dat die mogelijkheid is getracht en vruchteloos is gebleken. Daarna hebben jullie bepaalde materialen aangeschaft en kosten gemaakt, maar ook dat heeft blijkbaar niet geholpen. Daar kan ik me nu zo boos over maken. Dan verkopen ze je van alles en dan werkt het niet. Daar hoef je je niet bij neer te leggen. Dat is hetzelfde als je bijvoorbeeld een fietsbel koopt en dat, als je dan thuis komt, blijkt dat die het helemaal niet doet. Dan ga je toch ook terug?
Er zijn volgens mij wel geschikte middelen. Ik heb op TV eens een documentaire gezien over een bepaald apparaat waarmee ze alligators konden verjagen. En dan had je ook nog een speciaal apparaat voor aardvarkens, maar dat had een rondere vorm. Dat was bij Discovery Channel of Animal Planet, dat weet ik niet meer precies. Jullie zouden die uitzending eens moeten opzoeken. Die is van een jaar of vier geleden. Dat weet ik nog, omdat ik circa drie jaar geleden in de Beekse Bergen ben geweest - en een regen die dag, jongens toch, dat was wel jammer -, terwijl ik die uitzending daarvóór heb gezien. Geloof ik. Ik denk dat zoiets ook voor katten wel eens zou kunnen werken.
Een en ander doet er natuurlijk niet aan af dat aan jullie producten zijn verkocht die geen heil bieden. Begrijp ik jullie brief goed, dan willen jullie mijn hulp. Ik denk dat het inderdaad verstandig is de verkopers op hun daden aan te spreken en te bezien of we de door jullie betaalde gelden kunnen terug krijgen. Ik ben uiteraard bereid daar mijn tijd en en energie in te steken. Om daarover onduidelijkheid bij voorbaat uit te sluiten: ik hoef de daarmee gemoeid zijnde uren niet volledig vergoed te krijgen. Een kleine financiële tegenprestatie volstaat voor mij. Daar komen we wel uit.
Ik verneem graag van jullie.
Met vriendelijke groet,
De buurman
Ps. Zouden jullie de auto niet steeds bij ons voor de deur willen parkeren? Dank.
zaterdag 5 februari 2011
Snackbar
- Alstublieft meneer, uw hamburger.
- Er zit geen broodje rond.
- Een broodje rond?
- Een hamburger moet toch tussen een broodje?
- Oh dat. Dan had u een broodje hamburger moeten bestellen.
- Bij McDonald's zit een hamburger altijd tussen een broodje.
- Heb je hier McDonald's op de gevel zien staan?
- Heb ik niet op gelet.
- Nou, dat staat er dus niet.
- En bij de Burger King. Overal eigenlijk.
- Hier dus niet. Luister. Als iemand een frikandel bestelt, zit er ook geen broodje bij. Tenzij hij daarom vraagt.
- Dat is anders, bij een frikandel.
- Hoezo?
- Omdat je een frikandel ook zo kunt eten.
- Een hamburger ook. Dat doen de meesten hier.
- Ja, omdat u er geen broodje bij geeft.
- Ik doe er dan nu wel een broodje bij en augurk.
- Dat is dan weer inconsequent.
- Wat zeur je nou?
- Als u zo precies bent met die bestellingen, dan zou ik nu alleen een hamburger met een broodje moeten krijgen.
- Dan laat ik die augurk zitten.
- Nee, doe er maar bij.
- Ja, maar wat is het nou?
- Ik wou er alleen op wijzen dat het inconsequent is.
- Goed, hier is je broodje hamburger. Met augurk. Verder nog iets?
- Ja, mijn vrouw wil ook graag een hamburger.
- Er zit geen broodje rond.
- Een broodje rond?
- Een hamburger moet toch tussen een broodje?
- Oh dat. Dan had u een broodje hamburger moeten bestellen.
- Bij McDonald's zit een hamburger altijd tussen een broodje.
- Heb je hier McDonald's op de gevel zien staan?
- Heb ik niet op gelet.
- Nou, dat staat er dus niet.
- En bij de Burger King. Overal eigenlijk.
- Hier dus niet. Luister. Als iemand een frikandel bestelt, zit er ook geen broodje bij. Tenzij hij daarom vraagt.
- Dat is anders, bij een frikandel.
- Hoezo?
- Omdat je een frikandel ook zo kunt eten.
- Een hamburger ook. Dat doen de meesten hier.
- Ja, omdat u er geen broodje bij geeft.
- Ik doe er dan nu wel een broodje bij en augurk.
- Dat is dan weer inconsequent.
- Wat zeur je nou?
- Als u zo precies bent met die bestellingen, dan zou ik nu alleen een hamburger met een broodje moeten krijgen.
- Dan laat ik die augurk zitten.
- Nee, doe er maar bij.
- Ja, maar wat is het nou?
- Ik wou er alleen op wijzen dat het inconsequent is.
- Goed, hier is je broodje hamburger. Met augurk. Verder nog iets?
- Ja, mijn vrouw wil ook graag een hamburger.
maandag 3 januari 2011
Werken together
Vandaag werd ik per e-mail benaderd door de heer Cheung Pui, vanuit China, naar ik vermoed. Hij is thans druk doende met een grote transactie, zo bleek mij, en heeft daarbij assistance nodig. In dat verband vroeg hij mij om hulp. Waarom hij juist bij mij is uitgekomen, krijg ik nog wel te horen, maar waarschijnlijk heeft hij via via goede berichten over mij vernomen. Hieronder ziet u zijn mail - best goed voor een Chinees - en mijn reactie daarop. Ik gun u een kijkje in het internationaal zaken doen.
"Goede dag,
Mijn naam is Mr.Cheung Pui.I werken met de Hang Seng Bank.There is een bedrag van $ 17,300,000.00. Op mijn bankrekening Hang Seng Bank ",Hong Kong. Er waren geen begunstigden verklaarde betrekking tot deze fondsen wat betekent dat niemand ooit zou komen tot it.That claim is de reden waarom ik vragen dat we werken together.I doen te werven voor uw hulp bij het uitvoeren van deze transaction.I van plan om 30% van de te geven totale middelen als compensatie voor uw assistance.I zal u op de hoogte over de volledige transactie onreceipt van uw reactie indien interesse,en ik zendt u de details en de nodige procedures om de overschrijving uit te voeren.Mocht u ge?nteresseerd zijn,stuurdandevolgendeinformatievandezeemeiladres:mrcheung_0101@live.hk
1. Volledige namen
2. Prive-telefoonnummer
3. Huidige woonadres
Met vriendelijke groet,
MR.CHEUNG PUI"
Tsja, dat is toch een eer, laten we wel zijn. Een dergelijk verzoek dient vanzelfsprekend stante pede te worden beantwoord.
"Geachte heer Cheung Pui,
Allereerst dank ik u voor het feit dat u mij hebt willen benaderen om u van dienst te mogen zijn. Uiteraard besef ik dat u de keuze had uit vele professionele dienstverleners. Dat u uiteindelijk mij boven anderen hebt verkozen, stemt mij blij, en begrijp ik ook wel. U zoekt kwaliteit en niet iedereen kan die leveren, hoezeer dat soms - maar vaak ten onrechte - wordt gepropageerd. Die ondernemers, want zo noemen ze zich, zijn alleen maar uit op geld en die doen niet hun best. Maar ik had, bijvoorbeeld, pas nog iets aan de hand en dat is ook bijna helemaal goed gekomen.
Ik heb uw e-mail met aandacht gelezen. Het betreft, zo lees ik, een grote financiële transactie en dan ben ik meteen zeer alert. Want, u kent ze vast ook wel, van die verzoeken, vaak vanuit van die Afrikaanse landen, meestal Nigeria, en dat is natuurlijk allemaal nep. Of je even je bankgegevens wil meedelen. Dan ben je dus echt naïef, als je dat dan dus doet. Maar bij u is dat anders. U vraagt niet om mijn bankgegevens.
Bovendien heb ik via Google even de Hang Seng Bank opgezocht. Deze bank was mij nog niet bekend. Ik heb gezien dat deze een grote speler is in de internationale bancaire wereld, dus dat zit ook goed.
U ziet het wel, ik ga als echte professional niet over een nacht ijs.
Hoewel de door u aan mij voorgestelde fee wellicht voor onderhandeling vatbaar is, kan ik daarmee, na wat rekenwerk, op voorhand instemmen. Op dit punt hebben we elkaar alvast weten te bereiken. Hooguit moeten we het nog even hebben over de eventueel verschuldigde BTW.
Ik kijk met hooggespannen verwachtingen uit naar de verdere inhoud van de opdracht. En ondanks dat mij nog niet precies bekend is wat u van mij verlangt, heb ik wel groot vertrouwen in een vruchtbare samenwerking. Wellicht kunnen we elkaar binnenkort eens face to face spreken. Ik nodig u daartoe bij mij thuis uit. Kan ik u meteen mijn zelfgekweekte tomatenplant laten zien.
Bij mij in de buurt zit een Chinees restaurant, niet duur. Daar kunnen we dan misschien samen wat eten.
Graag verneem ik van u,
Met vriendelijke groet,"
Zo, nu nog even afwachten.
"Goede dag,
Mijn naam is Mr.Cheung Pui.I werken met de Hang Seng Bank.There is een bedrag van $ 17,300,000.00. Op mijn bankrekening Hang Seng Bank ",Hong Kong. Er waren geen begunstigden verklaarde betrekking tot deze fondsen wat betekent dat niemand ooit zou komen tot it.That claim is de reden waarom ik vragen dat we werken together.I doen te werven voor uw hulp bij het uitvoeren van deze transaction.I van plan om 30% van de te geven totale middelen als compensatie voor uw assistance.I zal u op de hoogte over de volledige transactie onreceipt van uw reactie indien interesse,en ik zendt u de details en de nodige procedures om de overschrijving uit te voeren.Mocht u ge?nteresseerd zijn,stuurdandevolgendeinformatievandezeemeiladres:mrcheung_0101@live.hk
1. Volledige namen
2. Prive-telefoonnummer
3. Huidige woonadres
Met vriendelijke groet,
MR.CHEUNG PUI"
Tsja, dat is toch een eer, laten we wel zijn. Een dergelijk verzoek dient vanzelfsprekend stante pede te worden beantwoord.
"Geachte heer Cheung Pui,
Allereerst dank ik u voor het feit dat u mij hebt willen benaderen om u van dienst te mogen zijn. Uiteraard besef ik dat u de keuze had uit vele professionele dienstverleners. Dat u uiteindelijk mij boven anderen hebt verkozen, stemt mij blij, en begrijp ik ook wel. U zoekt kwaliteit en niet iedereen kan die leveren, hoezeer dat soms - maar vaak ten onrechte - wordt gepropageerd. Die ondernemers, want zo noemen ze zich, zijn alleen maar uit op geld en die doen niet hun best. Maar ik had, bijvoorbeeld, pas nog iets aan de hand en dat is ook bijna helemaal goed gekomen.
Ik heb uw e-mail met aandacht gelezen. Het betreft, zo lees ik, een grote financiële transactie en dan ben ik meteen zeer alert. Want, u kent ze vast ook wel, van die verzoeken, vaak vanuit van die Afrikaanse landen, meestal Nigeria, en dat is natuurlijk allemaal nep. Of je even je bankgegevens wil meedelen. Dan ben je dus echt naïef, als je dat dan dus doet. Maar bij u is dat anders. U vraagt niet om mijn bankgegevens.
Bovendien heb ik via Google even de Hang Seng Bank opgezocht. Deze bank was mij nog niet bekend. Ik heb gezien dat deze een grote speler is in de internationale bancaire wereld, dus dat zit ook goed.
U ziet het wel, ik ga als echte professional niet over een nacht ijs.
Hoewel de door u aan mij voorgestelde fee wellicht voor onderhandeling vatbaar is, kan ik daarmee, na wat rekenwerk, op voorhand instemmen. Op dit punt hebben we elkaar alvast weten te bereiken. Hooguit moeten we het nog even hebben over de eventueel verschuldigde BTW.
Ik kijk met hooggespannen verwachtingen uit naar de verdere inhoud van de opdracht. En ondanks dat mij nog niet precies bekend is wat u van mij verlangt, heb ik wel groot vertrouwen in een vruchtbare samenwerking. Wellicht kunnen we elkaar binnenkort eens face to face spreken. Ik nodig u daartoe bij mij thuis uit. Kan ik u meteen mijn zelfgekweekte tomatenplant laten zien.
Bij mij in de buurt zit een Chinees restaurant, niet duur. Daar kunnen we dan misschien samen wat eten.
Graag verneem ik van u,
Met vriendelijke groet,"
Zo, nu nog even afwachten.
vrijdag 17 december 2010
NSE 2010
Met veel lawaai komen we rond 19.15 uur binnen in restaurant Lekker La Vie. Logisch ook, dat lawaai, want er is veel te bepraten. We hebben namelijk een druk dagprogramma achter de rug en dat moet zo hard mogelijk worden doorgesproken. De gasten in het restaurant begrijpen dat.
Vandaag is de dag van het zogeheten "Najaars Social Event", kortweg het "NSE" genoemd. De dag waarop de Junior Kamer formeel afscheid neemt van haar leden die de leeftijd van veertig jaar hebben bereikt. Ik ben een van de vier leden die moet wegwezen.
Voor ons is een dagprogramma georganiseerd. Verzamelen om 9.30 uur in Lekker La Vie. Het vervolg van de dag moet nog even een verrasing blijven. De reeds aanwezige commissieleden doen geheimzinnig en zeggen "tsja" als je ernaar vraagt.
Een nog niet aanwezig lid zet even later op twitter alvast wat hij die dag gaat doen. Dat zien we dus: we gaan varen.
De mps Derra ligt al op ons te wachten. We vertrekken. Champagne en broodjes. Zo hoort dat. En dan komt de uitdaging. We moeten, zo wordt ons halverwege de vaart verteld, als afscheidsstunt het koude water van de Westerschelde in. Nu nog niet, straks, zegt kapitein Erik. Pepijn heeft speciale pakken geregeld, waarin we ons alvast moeten hijsen.
Het blijkt uiteindelijk toch een grap. Lachen, een half uur lang, minstens, waarna we, in Breskens aangekomen, in een eerder door Cuba geweigerde bus stappen. Waar gaan we naartoe?
De bestemming blijkt, na wat omzwervingen, Cadzand, bij Moio Adventures, de Boostwinnaar van 2010. Blowkarten, powerkiting, bier en Beach Tsjoek (uiteraard zonder body contact). Een garantie, zo blijkt later, voor twee dagen spierpijn. Geweldige middag. JK-ers onder elkaar.
Daarna terug over de Westerschelde. Bitterballen, André Hazes, Schippersbitter en teveel Champagne. Ik ben niet de enige die geniet.
Maar goed. Het is dus 19.15 uur. We zitten nog onder het zand, moeten zo douchen en in het pak voor het feest in het Arsenaal. We gaan vanavond knallen, zegt de voorzitter.
Ik ben aangekleed en ontdek dat ik mijn manchetknopen niet bij heb. Om niet nader te noemen redenen besluit ik maar niet naar huis te rijden en bel mijn vroegere overbuurman Jan, vlakbij in de binnenstad. Of hij nog manchetknopen heeft.
Jazeker, gouden manchetknopen van zijn trouwfeest, wees er voorzichtig mee.
Inclusief manchetknopen kom ik aan op het feest. Het is weer een echt super JK-feest, goeie dj en er wordt ook nog wat gedronken. Ik krijg als vertrekkend lid een speldje, de geknakte haan. Bij het opspelden verliest de voorzitter de pinsluiting. Even later verlies ik daardoor de haan. Toch gaat het feest door.
Mijn linkermouw zit los. Shit, mijn manchetknoop is weg. De muziek dreunt, er wordt gedanst en ik kijk maar naar de vloer. Ik vind dat ding niet terug.
Jacques van het Arsenaal belooft mij de volgende dag bij het opvegen extra aandacht te besteden aan een verloren linker manchetknoop. Ik wacht het resultaat ervan nog even af voordat ik Jan op de hoogte stel.
Vandaag naar het Arsenaal gebeld. Er is een zijden stola, een bolero en zelfs een sinterklaaspak gevonden, maar geen pinsluiting of manchetknoop.
Ik ga Jan maar eens bellen.
Vandaag is de dag van het zogeheten "Najaars Social Event", kortweg het "NSE" genoemd. De dag waarop de Junior Kamer formeel afscheid neemt van haar leden die de leeftijd van veertig jaar hebben bereikt. Ik ben een van de vier leden die moet wegwezen.
Voor ons is een dagprogramma georganiseerd. Verzamelen om 9.30 uur in Lekker La Vie. Het vervolg van de dag moet nog even een verrasing blijven. De reeds aanwezige commissieleden doen geheimzinnig en zeggen "tsja" als je ernaar vraagt.
Een nog niet aanwezig lid zet even later op twitter alvast wat hij die dag gaat doen. Dat zien we dus: we gaan varen.
De mps Derra ligt al op ons te wachten. We vertrekken. Champagne en broodjes. Zo hoort dat. En dan komt de uitdaging. We moeten, zo wordt ons halverwege de vaart verteld, als afscheidsstunt het koude water van de Westerschelde in. Nu nog niet, straks, zegt kapitein Erik. Pepijn heeft speciale pakken geregeld, waarin we ons alvast moeten hijsen.
Het blijkt uiteindelijk toch een grap. Lachen, een half uur lang, minstens, waarna we, in Breskens aangekomen, in een eerder door Cuba geweigerde bus stappen. Waar gaan we naartoe?
De bestemming blijkt, na wat omzwervingen, Cadzand, bij Moio Adventures, de Boostwinnaar van 2010. Blowkarten, powerkiting, bier en Beach Tsjoek (uiteraard zonder body contact). Een garantie, zo blijkt later, voor twee dagen spierpijn. Geweldige middag. JK-ers onder elkaar.
Daarna terug over de Westerschelde. Bitterballen, André Hazes, Schippersbitter en teveel Champagne. Ik ben niet de enige die geniet.
Maar goed. Het is dus 19.15 uur. We zitten nog onder het zand, moeten zo douchen en in het pak voor het feest in het Arsenaal. We gaan vanavond knallen, zegt de voorzitter.
Ik ben aangekleed en ontdek dat ik mijn manchetknopen niet bij heb. Om niet nader te noemen redenen besluit ik maar niet naar huis te rijden en bel mijn vroegere overbuurman Jan, vlakbij in de binnenstad. Of hij nog manchetknopen heeft.
Jazeker, gouden manchetknopen van zijn trouwfeest, wees er voorzichtig mee.
Inclusief manchetknopen kom ik aan op het feest. Het is weer een echt super JK-feest, goeie dj en er wordt ook nog wat gedronken. Ik krijg als vertrekkend lid een speldje, de geknakte haan. Bij het opspelden verliest de voorzitter de pinsluiting. Even later verlies ik daardoor de haan. Toch gaat het feest door.
Mijn linkermouw zit los. Shit, mijn manchetknoop is weg. De muziek dreunt, er wordt gedanst en ik kijk maar naar de vloer. Ik vind dat ding niet terug.
Jacques van het Arsenaal belooft mij de volgende dag bij het opvegen extra aandacht te besteden aan een verloren linker manchetknoop. Ik wacht het resultaat ervan nog even af voordat ik Jan op de hoogte stel.
Vandaag naar het Arsenaal gebeld. Er is een zijden stola, een bolero en zelfs een sinterklaaspak gevonden, maar geen pinsluiting of manchetknoop.
Ik ga Jan maar eens bellen.
zaterdag 6 november 2010
iPhone 4
Ik loop naar de telefoonwinkel. Het regent. Mijn uittreksel van de Kamer van Koophandel dat ik mee moest nemen, houd ik droog onder mijn jas. Ik ga een iPhone 4 halen. Dat is niet zomaar een telefoon, maar een apparaat met allemaal belangrijke functies, zoals een kompas en een metaaldetector. Zo'n telefoon heb ik nodig.
Achter de balie staat een jongetje. Ik zie het direct, voor hem is ooit het woord "knaapje" bedacht. Het jongetje vraagt of hij mij kan helpen. Het lijkt me de reden voor zijn aanwezigheid. Ik denk het wel, zeg ik, ik wil een iPhone 4.
Oh, daar hebben we er maar één meer van.
Ja?
Uh, privé of zakelijk?
Zakelijk, zeg ik, terwijl ik zakelijk kijk.
Heeft uw kantoor al een abonnement bij T-Mobile?
Ja.
Aha, dan kan ik nu twee dingen doen, òf ik maak een tweede account van uw kantoor aan òf ik plaats u gewoon bij de bestaande account.
Ik moet kennelijk kiezen. Ik opteer voor het laatste, dat scheelt gegevens invoeren, lijkt me toch.
Precies, zegt hij, en bovendien staat alles dan op één factuur.
Waarom hij dan de andere mogelijkheid voorstelde, ontgaat mij, en ik vraag me af of het niet het account is.
Heeft u een uittreksel van de Kamer van Koophandel bij u?
Jazeker, die heb ik zojuist uitgeprint. Kijk, van vandaag.
Die is niet goed. Die heeft u zelf uitgeprint.
Ja, dat moest toch?
Nee, ik heb een origineel exemplaar nodig.
Daar staat hetzelfde op.
Kan zijn, maar de telecomaanbieders willen nu eenmaal een origineel exemplaar.
Maar het is vrijdagavond, de Kamer van Koophandel is pas maandag weer open en ik heb die telefoon nu nodig.
Dan zal ik voor de aanvraag wel even gebruik maken van dit uitgeprinte uittreksel, maar dan moet ik uiterlijk volgende week woensdag wel het origineel hebben. Anders gaat het alsnog niet door.
Nou, da's wel werken om een telefoon te krijgen.
Ja, ze zijn erg streng geworden.
Mijn kantoor heeft toch al een account? Dan hoeft er toch niet nog eens een uittreksel te komen.
Jawel, want dat hebben ze nodig.
Goed, goed, ik zal volgende week een origineel halen en komen brengen.
Oh, dat hoeft u niet per se te komen brengen. Als u het toefaxt, is het ook al goed.
Maar u moest toch het origineel hebben?
Ja, maar de telecomaanbieders nemen met een kopietje ook genoegen.
Mag ik dan nog even een kopietje maken van uw pinpas?
Waarom?
Dat moet.
Maar ik pin nu de aanschaf van het toestel met mijn privé-pas.
Dat kan niet. In verband met de registratie.
Ik wil privé betalen, omdat ik de kantoorpas niet bij heb.
Dan kan het wel. U betaalt dan nu het toestel en dan moet u volgende week met uw kantoorpas een cent komen pinnen.
Een cent?
Voor de registratie.
Goed. Ik zal volgende week een cent komen pinnen en dan neem ik meteen dat uittreksel mee.
Dat uittreksel mag u gewoon toefaxen.
Zo, ik heb u aangemeld.
Mooi.
Nu moet de aanmelding door T-Mobile nog goedgekeurd worden. Dat kan een kwartier tot een uur duren.
Hahahaha.
Nee, echt. Misschien dat u nog iets in de stad moet doen?
Het regent.
Misschien kunt u naar een winkel.
Ik ga wel naar kantoor en haal de kantoorpas. Dan kunnen we vanavond nog het een-cent-probleem oplossen.
Ik heb intussen bericht gehad van T-Mobile.
Kijk eens aan, we komen er wel.
Niet dus. U bent geweigerd.
Geweigerd? Waarom?
Dat weet ik niet. Dan zal ik even moeten bellen.
Doe maar. Telefoons genoeg.
Degene die ik aan de lijn heb, zegt dat er iets is met de eerdere inschrijving.
Wat dan? Die inschrijving is van jaren geleden.
Dat weet ze niet, haar collega heeft de aanmelding niet goedgekeurd.
Vraag dan naar die collega en geef de telefoon even aan mij.
Haar collega is vertrokken toen u uw kantoorpas was gaan halen.
Ik vind het erg vervelend voor u.
Ik ook.
Volgende week dan maar verder?
Nee, ik wil nu gebruik maken van de tweede-account-mogelijkheid.
Dat kan natuurlijk wel, maar dan krijgt u twee aparte facturen.
Vind ik prachtig. Doen.
Ik heb 'm! Mijn eigen iPhone 4, met 32GB nog wel. Ik bedank het jongetje.
Volgende week moet ik het uittreksel niet vergeten. Nu eerst eens uitzoeken hoe die metaaldetector werkt.
Achter de balie staat een jongetje. Ik zie het direct, voor hem is ooit het woord "knaapje" bedacht. Het jongetje vraagt of hij mij kan helpen. Het lijkt me de reden voor zijn aanwezigheid. Ik denk het wel, zeg ik, ik wil een iPhone 4.
Oh, daar hebben we er maar één meer van.
Ja?
Uh, privé of zakelijk?
Zakelijk, zeg ik, terwijl ik zakelijk kijk.
Heeft uw kantoor al een abonnement bij T-Mobile?
Ja.
Aha, dan kan ik nu twee dingen doen, òf ik maak een tweede account van uw kantoor aan òf ik plaats u gewoon bij de bestaande account.
Ik moet kennelijk kiezen. Ik opteer voor het laatste, dat scheelt gegevens invoeren, lijkt me toch.
Precies, zegt hij, en bovendien staat alles dan op één factuur.
Waarom hij dan de andere mogelijkheid voorstelde, ontgaat mij, en ik vraag me af of het niet het account is.
Heeft u een uittreksel van de Kamer van Koophandel bij u?
Jazeker, die heb ik zojuist uitgeprint. Kijk, van vandaag.
Die is niet goed. Die heeft u zelf uitgeprint.
Ja, dat moest toch?
Nee, ik heb een origineel exemplaar nodig.
Daar staat hetzelfde op.
Kan zijn, maar de telecomaanbieders willen nu eenmaal een origineel exemplaar.
Maar het is vrijdagavond, de Kamer van Koophandel is pas maandag weer open en ik heb die telefoon nu nodig.
Dan zal ik voor de aanvraag wel even gebruik maken van dit uitgeprinte uittreksel, maar dan moet ik uiterlijk volgende week woensdag wel het origineel hebben. Anders gaat het alsnog niet door.
Nou, da's wel werken om een telefoon te krijgen.
Ja, ze zijn erg streng geworden.
Mijn kantoor heeft toch al een account? Dan hoeft er toch niet nog eens een uittreksel te komen.
Jawel, want dat hebben ze nodig.
Goed, goed, ik zal volgende week een origineel halen en komen brengen.
Oh, dat hoeft u niet per se te komen brengen. Als u het toefaxt, is het ook al goed.
Maar u moest toch het origineel hebben?
Ja, maar de telecomaanbieders nemen met een kopietje ook genoegen.
Mag ik dan nog even een kopietje maken van uw pinpas?
Waarom?
Dat moet.
Maar ik pin nu de aanschaf van het toestel met mijn privé-pas.
Dat kan niet. In verband met de registratie.
Ik wil privé betalen, omdat ik de kantoorpas niet bij heb.
Dan kan het wel. U betaalt dan nu het toestel en dan moet u volgende week met uw kantoorpas een cent komen pinnen.
Een cent?
Voor de registratie.
Goed. Ik zal volgende week een cent komen pinnen en dan neem ik meteen dat uittreksel mee.
Dat uittreksel mag u gewoon toefaxen.
Zo, ik heb u aangemeld.
Mooi.
Nu moet de aanmelding door T-Mobile nog goedgekeurd worden. Dat kan een kwartier tot een uur duren.
Hahahaha.
Nee, echt. Misschien dat u nog iets in de stad moet doen?
Het regent.
Misschien kunt u naar een winkel.
Ik ga wel naar kantoor en haal de kantoorpas. Dan kunnen we vanavond nog het een-cent-probleem oplossen.
Ik heb intussen bericht gehad van T-Mobile.
Kijk eens aan, we komen er wel.
Niet dus. U bent geweigerd.
Geweigerd? Waarom?
Dat weet ik niet. Dan zal ik even moeten bellen.
Doe maar. Telefoons genoeg.
Degene die ik aan de lijn heb, zegt dat er iets is met de eerdere inschrijving.
Wat dan? Die inschrijving is van jaren geleden.
Dat weet ze niet, haar collega heeft de aanmelding niet goedgekeurd.
Vraag dan naar die collega en geef de telefoon even aan mij.
Haar collega is vertrokken toen u uw kantoorpas was gaan halen.
Ik vind het erg vervelend voor u.
Ik ook.
Volgende week dan maar verder?
Nee, ik wil nu gebruik maken van de tweede-account-mogelijkheid.
Dat kan natuurlijk wel, maar dan krijgt u twee aparte facturen.
Vind ik prachtig. Doen.
Ik heb 'm! Mijn eigen iPhone 4, met 32GB nog wel. Ik bedank het jongetje.
Volgende week moet ik het uittreksel niet vergeten. Nu eerst eens uitzoeken hoe die metaaldetector werkt.
dinsdag 14 september 2010
Everzwijn
Ik denk eerst dat ik me het verbeeld, maar er staat toch echt een everzwijn in de berm. Ik rem en zet m'n auto stil, dat borstelbeest moet ik van dichtbij zien. "Pas maar op", zegt mijn vrouw als ik aanstalten maak uit te stappen, "misschien heeft ze kleintjes".
Inderdaad, ik zie geen slagtanden en dus zal het wel een vrouwtje zijn. Heb geen idee of ze halverwege augustus nog moederen, maar goed, het zou zomaar kunnen. "Papa, neem anders gewoon maar een foto vanuit de auto", zegt onze achtjarige Rick verstandig. Veiligheid voor alles.
Maar dan wordt het leuk. Moeder everzwijn komt de berm uit, gaat voor de auto staan en kijkt mij aan. Op die brutale manier die zo typerend is voor everzwijnen. "Nou gaan we lachen", zeg ik, doe mijn portier open en stap uit. We staren naar elkaar, moeders en ik. Da's nog best een flink beest, zie ik. Ik maak wat geluiden in het everzwijns om het te lokken.
Mijn avances werken niet. Geen chemie. Plots maakt het beest rechtsomkeer richting de berm en verdwijnt vervolgens in de struiken. Ik stap weer in en maak een grapje over Obelix. Mijn vrouw lacht niet, ze zegt dat ik gek ben. Rick weet niet wie Obelix is.
We rijden verder. Ik bedenk ineens dat ik vergeten ben een foto te nemen.
Inderdaad, ik zie geen slagtanden en dus zal het wel een vrouwtje zijn. Heb geen idee of ze halverwege augustus nog moederen, maar goed, het zou zomaar kunnen. "Papa, neem anders gewoon maar een foto vanuit de auto", zegt onze achtjarige Rick verstandig. Veiligheid voor alles.
Maar dan wordt het leuk. Moeder everzwijn komt de berm uit, gaat voor de auto staan en kijkt mij aan. Op die brutale manier die zo typerend is voor everzwijnen. "Nou gaan we lachen", zeg ik, doe mijn portier open en stap uit. We staren naar elkaar, moeders en ik. Da's nog best een flink beest, zie ik. Ik maak wat geluiden in het everzwijns om het te lokken.
Mijn avances werken niet. Geen chemie. Plots maakt het beest rechtsomkeer richting de berm en verdwijnt vervolgens in de struiken. Ik stap weer in en maak een grapje over Obelix. Mijn vrouw lacht niet, ze zegt dat ik gek ben. Rick weet niet wie Obelix is.
We rijden verder. Ik bedenk ineens dat ik vergeten ben een foto te nemen.
donderdag 9 september 2010
Praia da Oura
Iets buiten Albufeira ligt Praia da Oura, een aaneenschakeling van hotels, appartementen, horeca-gelegenheden en al datgene wat een verwende toerist voor een oppervlakkige vakantie nodig heeft. Dat heet een badplaats. Daar zijn wij.
We hebben een appartement aan zee geboekt. We zijn benieuwd. We komen in een klein doodlopend stoffig straatje met zeven moderne naast elkaar gelegen huisjes, elk met een eigen voortuintje met daarvoor een muurtje. Ook in Portugal doen ze kennelijk aan privacy. Dat je daardoor vanuit de voortuin geen uitzicht hebt op het strand en de zee, is daarvoor de kostprijs. Wij blijken in huisje zeven aan het eind van het straatje te zitten. Het ziet er schitterend uit. Dit komt helemaal goed.
De koelkast moet gevuld. Dus op naar het wijnrek van de supermarkt. "Hé leuk, jullie zijn ook boodschappen aan het doen", horen we. Het zijn Hans en Carla, zo blijkt ons later. "Ja, we hebben jullie in het vliegtuig al gezien, we zitten in huisje vijf en zijn dus eigenlijk buren", zo weten ze ons te melden. We groeten terug.
Vanuit de frisse supermarkt lopen we met onze vino verde de Portugese zon in. Buiten staan Hans en Carla. "We hebben even op jullie gewacht, dan lopen we samen terug, gezellig."
Die avond willen we gaan eten, ergens op the strip. Als we huisje vijf passeren, horen we "wat gaan jullie doen?" "Och, even een hapje" brengt Hans en Carla ertoe ook wat te gaan eten en wel tezamen met ons, want gezellig.
Carla praat graag, een onderwerp blijkt daarvoor niet noodzakelijk. Gewoon praten. Haar moeder heeft suikerziekte. Na iedere drie zinnen vraagt ze me "vind je ook niet?" Ik vind het ook. Hans is een zwijgzaam type. Iets zegt me dat dit anders was voordat hij haar leerde kennen.
We hoeven geen dessert, Carla wel, "want ik ben dol op toetjes" en ze lacht hard. Voor ons dan maar koffie. "An Irish coffee for me", bestelt Carla alvast mee. Terecht, je zou wat missen.
Als de rekening komt, stelt Carla voor deze te delen.
De andere dag besluiten we lekker niks te gaan doen aan het zwembad. Liggend op een strandstoel eindelijk eens dat boek lezen dat ik een half jaar geleden heb gekocht. Ik ben nog maar op de derde bladzijde als ik een schaduw over mij heen zie komen, opkijk en de lach van Carla hoor. "Ja, we zagen jullie al voorbij komen". Ze pakt een strandstoel, gaat naast mij liggen, gezellig, en vertelt honderduit over de kinderen van haar zus. Dat zijn twee jongens die op ballet willen, maar niet mogen van hun vader. Dat moet toch gewoon kunnen, vindt ze. Of ik dat ook niet vind.
Die avond gaan ze naar the strip "op café", zoals ze dat noemt. Wij ook, maar blijven bij het eerste café, een Irish pub, hangen. We willen een avondje met z'n tweeën en we schatten in dat dit hier zou moeten lukken. Een Amerikaan met gitaar en een gemaakt accent is de nep-Ier-act van die avond. Niet eens zo slecht. Ik bestel voor het decorum een guinness. Ha, rust. Hèhè, zegt mijn vrouw.
"Ah, zitten jullie hier", horen we even later een inmiddels bekende stem roepen. "We zagen jullie al nergens en waren terug op weg naar huis." Hans neemt ook een guinness. Carla wil een Irish coffee en vertelt ons alles over de zwakke heup van haar vader. Ze lacht weer veel die avond. Hard.
Dit gaan we zo geen twee weken doen. We hebben al een een plan voor de dag erna. We willen naar het strand en onze tocht daarnaartoe mogen Hans en Carla absoluut niet zien. Fluisterend vertrekken we en bij huisje vijf aangekomen bukken we achter het muurtje. Mijn vrouw gaat op haar hurken vooruit, ik liggend als een echte commando. Ze kunnen ons niet horen, ze kunnen ons niet zien, dit wordt een perfecte operatie.
"Wat doen jullie nou?" horen we Carla's stem roepen. Daar staan ze, in het begin van het straatje, met plastic tasjes, net terug van de supermarkt, te kijken hoe wij half in het stof liggen te happen, onder hun muurtje. Hoe leg je dit uit? "Hij is zijn lens kwijt", zegt mijn vrouw. Briljant, mijn lens! Ze komen direct mee helpen zoeken en wonder boven wonder vind ik zelf die lens.
Af en toe ben je blij dat sommige mensen maar vijf dagen met vakantie zijn.
We hebben een appartement aan zee geboekt. We zijn benieuwd. We komen in een klein doodlopend stoffig straatje met zeven moderne naast elkaar gelegen huisjes, elk met een eigen voortuintje met daarvoor een muurtje. Ook in Portugal doen ze kennelijk aan privacy. Dat je daardoor vanuit de voortuin geen uitzicht hebt op het strand en de zee, is daarvoor de kostprijs. Wij blijken in huisje zeven aan het eind van het straatje te zitten. Het ziet er schitterend uit. Dit komt helemaal goed.
De koelkast moet gevuld. Dus op naar het wijnrek van de supermarkt. "Hé leuk, jullie zijn ook boodschappen aan het doen", horen we. Het zijn Hans en Carla, zo blijkt ons later. "Ja, we hebben jullie in het vliegtuig al gezien, we zitten in huisje vijf en zijn dus eigenlijk buren", zo weten ze ons te melden. We groeten terug.
Vanuit de frisse supermarkt lopen we met onze vino verde de Portugese zon in. Buiten staan Hans en Carla. "We hebben even op jullie gewacht, dan lopen we samen terug, gezellig."
Die avond willen we gaan eten, ergens op the strip. Als we huisje vijf passeren, horen we "wat gaan jullie doen?" "Och, even een hapje" brengt Hans en Carla ertoe ook wat te gaan eten en wel tezamen met ons, want gezellig.
Carla praat graag, een onderwerp blijkt daarvoor niet noodzakelijk. Gewoon praten. Haar moeder heeft suikerziekte. Na iedere drie zinnen vraagt ze me "vind je ook niet?" Ik vind het ook. Hans is een zwijgzaam type. Iets zegt me dat dit anders was voordat hij haar leerde kennen.
We hoeven geen dessert, Carla wel, "want ik ben dol op toetjes" en ze lacht hard. Voor ons dan maar koffie. "An Irish coffee for me", bestelt Carla alvast mee. Terecht, je zou wat missen.
Als de rekening komt, stelt Carla voor deze te delen.
De andere dag besluiten we lekker niks te gaan doen aan het zwembad. Liggend op een strandstoel eindelijk eens dat boek lezen dat ik een half jaar geleden heb gekocht. Ik ben nog maar op de derde bladzijde als ik een schaduw over mij heen zie komen, opkijk en de lach van Carla hoor. "Ja, we zagen jullie al voorbij komen". Ze pakt een strandstoel, gaat naast mij liggen, gezellig, en vertelt honderduit over de kinderen van haar zus. Dat zijn twee jongens die op ballet willen, maar niet mogen van hun vader. Dat moet toch gewoon kunnen, vindt ze. Of ik dat ook niet vind.
Die avond gaan ze naar the strip "op café", zoals ze dat noemt. Wij ook, maar blijven bij het eerste café, een Irish pub, hangen. We willen een avondje met z'n tweeën en we schatten in dat dit hier zou moeten lukken. Een Amerikaan met gitaar en een gemaakt accent is de nep-Ier-act van die avond. Niet eens zo slecht. Ik bestel voor het decorum een guinness. Ha, rust. Hèhè, zegt mijn vrouw.
"Ah, zitten jullie hier", horen we even later een inmiddels bekende stem roepen. "We zagen jullie al nergens en waren terug op weg naar huis." Hans neemt ook een guinness. Carla wil een Irish coffee en vertelt ons alles over de zwakke heup van haar vader. Ze lacht weer veel die avond. Hard.
Dit gaan we zo geen twee weken doen. We hebben al een een plan voor de dag erna. We willen naar het strand en onze tocht daarnaartoe mogen Hans en Carla absoluut niet zien. Fluisterend vertrekken we en bij huisje vijf aangekomen bukken we achter het muurtje. Mijn vrouw gaat op haar hurken vooruit, ik liggend als een echte commando. Ze kunnen ons niet horen, ze kunnen ons niet zien, dit wordt een perfecte operatie.
"Wat doen jullie nou?" horen we Carla's stem roepen. Daar staan ze, in het begin van het straatje, met plastic tasjes, net terug van de supermarkt, te kijken hoe wij half in het stof liggen te happen, onder hun muurtje. Hoe leg je dit uit? "Hij is zijn lens kwijt", zegt mijn vrouw. Briljant, mijn lens! Ze komen direct mee helpen zoeken en wonder boven wonder vind ik zelf die lens.
Af en toe ben je blij dat sommige mensen maar vijf dagen met vakantie zijn.
vrijdag 27 augustus 2010
Vlinderstrik
December 2009, feest in Sluis, lokatie Le Répertoire. We weten op voorhand hoe dat zal aflopen, dus we hebben een hotelletje geboekt. De luxe Dikke van Dale bleek al volzet, maar in het hotel met de vogel is nog plaats.
De ontvangst is hartelijk. De kamer doet wat sjofel aan, maar is ruim genoeg en tenslotte hebben we alleen een bed nodig. Als dat een beetje slaapt, zijn we allang tevreden. We zijn daar gemakkelijk in.
Mijn vrouw heeft haar galajurk aangetrokken en doet haar make-up. Ik trek mijn smoking aan en zoek mijn manchetknopen.
Ineens horen we een zeker ritmisch getik. We gaan op onderzoek en zien op het systeemplafond, vlak bij de kamerdeur, een grote natte plek. Waterdruppels vallen op onze vloerbedekking. Mijn vrouw gaat de gastheer waarschuwen.
Ik ben bezig met mijn vlinderstrik en houd intussen het plafond in de gaten. Op de gang hoor ik mijn vrouw tezamen met een mannenstem terugkomen. Juist op het moment dat ze de kamerdeur openen, stort een deel van het plafond met lawaai naar beneden. Een plas water volgt. We staan met z'n drieën naar boven te kijken. Niemand zegt wat.
"Da's niet goed", zegt onze gastheer op een gegeven moment. Hij is geërgerd door de situatie, dat zien we, begrijpelijk ook, net op een drukke zaterdagavond. Naar ons toe blijft hij hoffelijk en biedt een andere kamer aan, "maar die is niet zo luxe". We vinden het wel goed zo.
Wij kunnen gewoon naar het feest, zegt hij. Hij zal zorgen dat het op de grond liggende plafond straks door het personeel wordt opgeruimd en dat de bovenleidingen worden afgesloten. We leggen onze koffers met daarin onze kleding voor morgen voor de zekerheid in een veilige, droge hoek van de kamer.
Het feest kan beginnen.
In Le Répertoire kun je een feestje bouwen. Het eten is goed, de bediening is vriendelijk en de band zorgt voor ambiance. Verder een pot ouwehoeren. Zo hoort het. Na afloop nog een afzakkertje in café Jopie. Superavond.
We worden wakker. Na een verfrissende douche willen we ons aankleden en openen onze koffers. Onze kleren blijken vochtig te zijn, in beide koffers staat wat water. Maar het plafond daarboven is kurkdroog evenals de buitenkant van de koffers. Dit kan natuurlijk niet uit zich zelf zijn gebeurd en we trekken onze conclusie.
Beneden aangekomen treffen we de gastheer. Hij is weer hartelijk. We ontdekken niets in zijn ogen, ook verder doet hij niet vreemd. Goed, híj zal het dan wel niet zijn geweest. Maar kloppen doet hier iets niet. We zeggen er niets van en betalen de rekening.
Voor we op huis aan gaan, lopen we rond in Sluis. Te drogen. We gaan ontbijten in de Oude Kerkstraat. Terwijl we onze koffie krijgen, vraagt mijn vrouw zich hardop af of wij toch niet een beetje té gemakkelijk zijn.
De ontvangst is hartelijk. De kamer doet wat sjofel aan, maar is ruim genoeg en tenslotte hebben we alleen een bed nodig. Als dat een beetje slaapt, zijn we allang tevreden. We zijn daar gemakkelijk in.
Mijn vrouw heeft haar galajurk aangetrokken en doet haar make-up. Ik trek mijn smoking aan en zoek mijn manchetknopen.
Ineens horen we een zeker ritmisch getik. We gaan op onderzoek en zien op het systeemplafond, vlak bij de kamerdeur, een grote natte plek. Waterdruppels vallen op onze vloerbedekking. Mijn vrouw gaat de gastheer waarschuwen.
Ik ben bezig met mijn vlinderstrik en houd intussen het plafond in de gaten. Op de gang hoor ik mijn vrouw tezamen met een mannenstem terugkomen. Juist op het moment dat ze de kamerdeur openen, stort een deel van het plafond met lawaai naar beneden. Een plas water volgt. We staan met z'n drieën naar boven te kijken. Niemand zegt wat.
"Da's niet goed", zegt onze gastheer op een gegeven moment. Hij is geërgerd door de situatie, dat zien we, begrijpelijk ook, net op een drukke zaterdagavond. Naar ons toe blijft hij hoffelijk en biedt een andere kamer aan, "maar die is niet zo luxe". We vinden het wel goed zo.
Wij kunnen gewoon naar het feest, zegt hij. Hij zal zorgen dat het op de grond liggende plafond straks door het personeel wordt opgeruimd en dat de bovenleidingen worden afgesloten. We leggen onze koffers met daarin onze kleding voor morgen voor de zekerheid in een veilige, droge hoek van de kamer.
Het feest kan beginnen.
In Le Répertoire kun je een feestje bouwen. Het eten is goed, de bediening is vriendelijk en de band zorgt voor ambiance. Verder een pot ouwehoeren. Zo hoort het. Na afloop nog een afzakkertje in café Jopie. Superavond.
We worden wakker. Na een verfrissende douche willen we ons aankleden en openen onze koffers. Onze kleren blijken vochtig te zijn, in beide koffers staat wat water. Maar het plafond daarboven is kurkdroog evenals de buitenkant van de koffers. Dit kan natuurlijk niet uit zich zelf zijn gebeurd en we trekken onze conclusie.
Beneden aangekomen treffen we de gastheer. Hij is weer hartelijk. We ontdekken niets in zijn ogen, ook verder doet hij niet vreemd. Goed, híj zal het dan wel niet zijn geweest. Maar kloppen doet hier iets niet. We zeggen er niets van en betalen de rekening.
Voor we op huis aan gaan, lopen we rond in Sluis. Te drogen. We gaan ontbijten in de Oude Kerkstraat. Terwijl we onze koffie krijgen, vraagt mijn vrouw zich hardop af of wij toch niet een beetje té gemakkelijk zijn.
woensdag 25 augustus 2010
Barbecue
Niet ver van Brive-la-Gaillarde ligt Collonges-la-Rouge, een plaatsje dat, zo heb ik begrepen, dateert uit de achtste eeuw. Het is een soort uit rood zandsteen opgetrokken Eftelingdorp dat speciaal voor toeristen lijkt te zijn gecreëerd: souvenirwinkeltjes en terrasjes alom.
We besluiten dit dorp te bezoeken. Het ligt op een steenworp afstand van Marcillac-la-Croze, alwaar een nicht van mij en haar man Alain zijn gaan wonen, en naar wie we op weg zijn.
Collonges. De rode huizen en winkeltjes houden we al gauw voor gezien, want de hitte van die dag beveelt ons iets te gaan drinken. Uit de vele mogelijkheden die er zijn, kies ik juist het terras waar we het volgende kwartier naar de lokale wespen zullen gaan zwaaien. Tegen de tijd dat we onze deux pressions et un coca krijgen geserveerd, lijken alle wespen uit het dorp te zijn gearriveerd. Ze hebben het op mijn bier voorzien en ik blijk tot persona non grata te zijn verklaard. Dit is geen doen. Na een paar slokken reken ik de veel te dure drankjes af en we vertrekken.
Op naar Marcillac. Ze blijken een groot huis te hebben gekocht aan de rand van het kleine rustige dorp, misschien eerder een gehucht. Dit is wel wat anders dan het drukke Parijse leven dat ze zijn ontvlucht. Vanuit de tuin is er een prachtig uitzicht over de groene dalen en heuvels. Terwijl Alain de barbecue aansteekt, kijk ik naar de paarden en de limousin koeien in het dal. In de verte hoor ik Georges Brassens. Ik weet het zeker, dit wordt bedoeld met leven als God in Frankrijk.
De barbecueworsten geven aan er gereed voor te zijn. Dus à table. Op het tuinterras aan het grote zwembad, maar met lekkage, staat de ingedekte tafel en we nemen plaats. Ik zie Alain met zijn schaal worsten aankomen om mij als eerste te bedienen. Les boudins, roept hij trots, en laat dan de schaal uit zijn handen glijden.
Ik kijk naar de vetvlekken op mijn broek en hoor hem vele keren excuse moi zeggen. De rest van de tafel lacht. Ik zeg dat het echt niets geeft en om hem te overtuigen lach ik mee. Het is m'n dag niet.
We moeten er weer eens heen. Volgende keer gaat het beter. Het zwembad is inmiddels gerepareerd.
We besluiten dit dorp te bezoeken. Het ligt op een steenworp afstand van Marcillac-la-Croze, alwaar een nicht van mij en haar man Alain zijn gaan wonen, en naar wie we op weg zijn.
Collonges. De rode huizen en winkeltjes houden we al gauw voor gezien, want de hitte van die dag beveelt ons iets te gaan drinken. Uit de vele mogelijkheden die er zijn, kies ik juist het terras waar we het volgende kwartier naar de lokale wespen zullen gaan zwaaien. Tegen de tijd dat we onze deux pressions et un coca krijgen geserveerd, lijken alle wespen uit het dorp te zijn gearriveerd. Ze hebben het op mijn bier voorzien en ik blijk tot persona non grata te zijn verklaard. Dit is geen doen. Na een paar slokken reken ik de veel te dure drankjes af en we vertrekken.
Op naar Marcillac. Ze blijken een groot huis te hebben gekocht aan de rand van het kleine rustige dorp, misschien eerder een gehucht. Dit is wel wat anders dan het drukke Parijse leven dat ze zijn ontvlucht. Vanuit de tuin is er een prachtig uitzicht over de groene dalen en heuvels. Terwijl Alain de barbecue aansteekt, kijk ik naar de paarden en de limousin koeien in het dal. In de verte hoor ik Georges Brassens. Ik weet het zeker, dit wordt bedoeld met leven als God in Frankrijk.
De barbecueworsten geven aan er gereed voor te zijn. Dus à table. Op het tuinterras aan het grote zwembad, maar met lekkage, staat de ingedekte tafel en we nemen plaats. Ik zie Alain met zijn schaal worsten aankomen om mij als eerste te bedienen. Les boudins, roept hij trots, en laat dan de schaal uit zijn handen glijden.
Ik kijk naar de vetvlekken op mijn broek en hoor hem vele keren excuse moi zeggen. De rest van de tafel lacht. Ik zeg dat het echt niets geeft en om hem te overtuigen lach ik mee. Het is m'n dag niet.
We moeten er weer eens heen. Volgende keer gaat het beter. Het zwembad is inmiddels gerepareerd.
zondag 22 augustus 2010
Zool
Zaterdagochtend 7.30 uur, de wekker gaat. Het uitgelezen moment om nog eens om te draaien, maar de voetbal roept. Rick, toen zeven, speelt en papa gaat mee. Uit naar HSV Hoek.
Ik sta onder de douche en besef dat we het gisteren weer eens te laat hebben gemaakt. Kan daarna m'n schoenen niet vinden en trek die oude bootschoenen, waarvan de zool van de rechterschoen aan de voorkant een beetje loslaat, maar aan.
We gaan de deur uit. Rick is vrolijk. Hij heeft er zin in, we gaan immers winnen. Ik zie donkere wolken hangen en verwacht zware regen.
Dit soort verwachtingen komt altijd uit. Na een kwartier spelen, barst het keihard los en het veld word drassig. Ik merk dat m'n zool verder loslaat. "Laat maar", denk ik nog, "die houdt het wel".
Ik loop langs de zijlijn aan te moedigen en constateer ineens dat mijn zool tot aan de hiel volledig heeft losgelaten. Gewoon lopen gaat niet meer, de voorzijde van mijn zool zit bij iedere stap die ik zet telkens onder mijn hiel. Ik voel mijn voet vooraan nat worden. Ik besluit mijn rechterbeen wat hoger op te tillen en dan, vlak voor ik mijn voet weer op de grond zet, met m'n rechterbeen een gek schokje te geven, waardoor de zool naar voren floept en alsnog op de juiste plaats terecht komt. Dat lukt.
Rust, zo blijkt ineens. We gaan wisselen van speelveld. Ik ben echt niet van plan om voor al dat publiek als een ooievaar met een manke poot het veld over te steken. Ik moet achteruit lopen, besef ik, dan sleept die zool gewoon mee.
Maar zo ga ik natuurlijk ook het veld niet over. Er is maar een echte oplossing. Ik rijd terug naar huis, doe goede schoenen aan en kom weer terug. Moet lukken binnen de speeltijd. Niemand die het merkt.
En daar ga ik, in z'n achteruit, richting de kleedlokalen. Het heeft in de verte iets weg van een moonwalk.
Bij de kleedkamers aangekomen, meen ik een beveiligingscamera te zien en ga weer, zo goed en zo kwaad als het lukt, in de modus vooruit. Het zal maar opgenomen worden. Lachen geblazen in de bestuurskamer om die malloot. Daar trap ik dus niet in.
Eindelijk, de parking. Waarom heb ik nou mijn auto helemaal achteraan gezet? Vóór mij lopen een man en een vrouw met hun kind, waarschijnlijk een gezin met wel normale schoenen. Ik houd in, zodat ik ze niet passeer.
Ze blijven bij hun auto praten en maken geen aanstalten weg te rijden. Ik kan daar moeilijk ook gaan staan. Ik moet iets en besluit hen met mijn ooievaarsdans voorbij te gaan richting mijn auto. Ik voel ze kijken. Net als ik mijn auto wil instappen, hoor ik de moeder roepen: "meneer, meneer, volgens mij zit uw zool los".
Ik sta onder de douche en besef dat we het gisteren weer eens te laat hebben gemaakt. Kan daarna m'n schoenen niet vinden en trek die oude bootschoenen, waarvan de zool van de rechterschoen aan de voorkant een beetje loslaat, maar aan.
We gaan de deur uit. Rick is vrolijk. Hij heeft er zin in, we gaan immers winnen. Ik zie donkere wolken hangen en verwacht zware regen.
Dit soort verwachtingen komt altijd uit. Na een kwartier spelen, barst het keihard los en het veld word drassig. Ik merk dat m'n zool verder loslaat. "Laat maar", denk ik nog, "die houdt het wel".
Ik loop langs de zijlijn aan te moedigen en constateer ineens dat mijn zool tot aan de hiel volledig heeft losgelaten. Gewoon lopen gaat niet meer, de voorzijde van mijn zool zit bij iedere stap die ik zet telkens onder mijn hiel. Ik voel mijn voet vooraan nat worden. Ik besluit mijn rechterbeen wat hoger op te tillen en dan, vlak voor ik mijn voet weer op de grond zet, met m'n rechterbeen een gek schokje te geven, waardoor de zool naar voren floept en alsnog op de juiste plaats terecht komt. Dat lukt.
Rust, zo blijkt ineens. We gaan wisselen van speelveld. Ik ben echt niet van plan om voor al dat publiek als een ooievaar met een manke poot het veld over te steken. Ik moet achteruit lopen, besef ik, dan sleept die zool gewoon mee.
Maar zo ga ik natuurlijk ook het veld niet over. Er is maar een echte oplossing. Ik rijd terug naar huis, doe goede schoenen aan en kom weer terug. Moet lukken binnen de speeltijd. Niemand die het merkt.
En daar ga ik, in z'n achteruit, richting de kleedlokalen. Het heeft in de verte iets weg van een moonwalk.
Bij de kleedkamers aangekomen, meen ik een beveiligingscamera te zien en ga weer, zo goed en zo kwaad als het lukt, in de modus vooruit. Het zal maar opgenomen worden. Lachen geblazen in de bestuurskamer om die malloot. Daar trap ik dus niet in.
Eindelijk, de parking. Waarom heb ik nou mijn auto helemaal achteraan gezet? Vóór mij lopen een man en een vrouw met hun kind, waarschijnlijk een gezin met wel normale schoenen. Ik houd in, zodat ik ze niet passeer.
Ze blijven bij hun auto praten en maken geen aanstalten weg te rijden. Ik kan daar moeilijk ook gaan staan. Ik moet iets en besluit hen met mijn ooievaarsdans voorbij te gaan richting mijn auto. Ik voel ze kijken. Net als ik mijn auto wil instappen, hoor ik de moeder roepen: "meneer, meneer, volgens mij zit uw zool los".
Abonneren op:
Posts (Atom)