zaterdag 7 april 2012

Koffie

Half zes in de ochtend. De wekker. Veel te vroeg, maar zij moet er al uit. Blijf jij nog maar lekker liggen, zegt ze. Ik haal even koffie.

Ze loopt naar de woonkamer. Ik hoor een kabaal en schrik op. Ze blijkt in alle vroegte een luidruchtige confrontatie te hebben opgezocht met een stoel. Die staat er toch al een tijdje. Ze praat tegen de stoel. Die treft kennelijk verwijten.

Ik draai me nog maar even om, terwijl ze mompelend verder naar de keuken loopt. Ik zit direct weer strak rechtop in bed als ik een enorm glasgerinkel hoor. De wijnglazen van gisteravond stonden nog op het aanrecht, schiet het door me heen. Ik hoor haar weer praten. Mij is niet duidelijk of ze haar conversatie met de stoel aan het voortzetten is of inmiddels een gesprek heeft aangeknoopt met de glasscherven. Het lijkt me verstandig het maar niet te gaan vragen.

Met een mok koffie komt ze naast me zitten in bed. Ging het niet goed? vraag ik dom. Nee, niet echt, zegt ze.

Ze moet ervandoor. Ze kust me en gaat weer. Ik houd m'n hart vast.

Als ik de voordeur hoor dichtslaan, weet ik dat ik zonder vrees nog even m'n ogen kan dichtdoen. Het is ook nog te vroeg. Veel te vroeg.

vrijdag 30 maart 2012

Antwerpen

Hotel Banks heb ik als verrassing voor haar uitgekozen. Midden in het centrum van Antwerpen en volgens de foto's op internet strak ingericht.

We mogen gratis gebruik maken van de bar en de tapas, wordt ons bij binnenkomst gezegd. Het ziet er allemaal eigentijds uit. Na het ons aangeboden wat-zijn-we-blij-dat-jullie-er-zijn-glaasje-champagne, bekijken we onze kamer. Strak. Het is vlak voor Valentijnsdag en ons bed ligt vol rozenblaadjes. Die doen we er meteen af.

We hebben zin in tapas, maar dan niet in het hotel. De Groenplaats is daarvoor veel geschikter, vinden we. De kou deert ons niet en we nemen een februari-terrasje. Met een dekentje over ons heen laten we ons tapas met port serveren. De terrasverwarmer doet zijn best. Zij vertelt en ik luister, terwijl twee Belgische madammen met jassen in tijgerprint ons passeren.
We doen nog een port.

We willen wat eten, maar wel met uitzicht op de kathedraal. Dat moet natuurlijk ook, we zijn immers in Antwerpen en dat willen we zo ervaren. Maar niet te ver lopen, dus wordt het, wat decadent, het Hilton. Op de kaart staat een ossenhaas met truffel zichzelf aan te prijzen en we vallen voor zijn charmes. De andere ossenhaas met wintergroenten verliest het daarvan.

Na ons voorgerecht menen we de truffel al te ruiken. Bij het inzetten zien we wintergroenten verschijnen. Die geven zich blijkbaar niet snel gewonnen. Het sorry-we-hebben-ons-vergist kan ons niets schelen, de kathedraal heeft dat al op voorhand gecompenseerd.

Het afzakkertje doen we iets verderop in een trendy bar. Even lopen, maar ondanks haar moeilijke been, lukt dat. Positieve energie, zegt ze. Ik voel het ook.

dinsdag 31 januari 2012

Mediamarkt

Kan ik u helpen?
Dat weet ik niet. Ik ken u niet.
Ik ben hier om klanten te helpen.
Doet u dat uit uzelf of werkt u hier?
Ik werk hier.
Dan heeft men u dus daarvoor in dienst genomen. Ik neem aan naar aanleiding van een sollicitatiegesprek?
Klopt helemaal.
Dan is tijdens dat gesprek gebleken dat u mensen kunt helpen.
Ik ben als beste gekozen uit twaalf sollicitanten.
Waarom vraagt u dan aan mij of u mij kunt helpen?
Ik wil daarmee aangeven dat ik u van dienst kan zijn.
Ah, op die manier. Ja, dat kan. Ik zoek zo'n box voor mijn iPhone, maar ik zie door de bomen het bos niet meer.
Oh, daar heb ik geen verstand van. Ik zal mijn collega even roepen.

zondag 21 augustus 2011

Carpentras

Het is zeker 35 graden in Carpentras. Ik zit in de schaduw van de oude moerbeiboom van Le Vieux Bounias met twee boeken aan de lange houten tafel. Alleen, want de meeste gasten van het verblijf zijn uitstapjes gaan maken. Rick is met zijn twee Vlaamse vriendjes-sinds-drie-dagen in het zwembad. Ik hoor hun schatergelach. Mijn vrouw ligt aan de rand te zonnen.

Ik geniet hier van het weidse uitzicht van de Vaucluse. De Mont Ventoux die we gisteren, goed, met de auto, hebben beklommen, zie ik in de verte. Vlak voor me zie ik een lézard die, net uit de koele struiken gekropen, me aandachtig opneemt en dan wegschiet. Ik ruik de geur van lavendel, die mij bevestigt in de Provence te zijn. Elly, onze gastvrouw, vraagt me of ik een koud biertje lust. Ik antwoord bevestigend. Dit is, denk ik toch, wat men met onthaasten bedoelt.

Voor me liggen twee boeken. Dick Swaab over dat we ons brein zijn en Youp van 't Hek met lekker luchtige kost. Ik denk na welke het deze middag gaat worden.

Voor ik een keus kan maken, staan Rick en zijn vriendjes bij me. Gaan we petanque spelen, dat had je beloofd? Dat heb je dus met beloftes, daar komen ze op terug.

Afgelopen weekend had Le Vieux Bounias een petanque-toernooi georganiseerd onder leiding van buurman Gerard, een Fransman zoals een Fransman qua uiterlijk, doen en spreken bedoeld is. Alle gasten, buren en nog wat ontheemde Nederlanders uit de buurt deden mee. Met en voor z'n allen hapjes klaargemaakt, maar op het sportieve vlak ieder voor zich. Mijn groepje belandde als goede middenmoot. Je moet niet altijd willen winnen en een ander ook wat gunnen, zei ik nog. Ik blik jullie komende week nog wel in, was mijn toezegging.

Dat moment is dus nu. Ik laat hen winnen, als ik merk dat het toch niet wil lukken. Ze geloven er niets van. Na drie potjes, zeg ik weer wat te gaan lezen.

Of ik haar rug wil insmeren, roept mijn vrouw. Natuurlijk, met alle liefde zelfs. En of ik iets te eten wil klaarmaken. Tuurlijk.

Na ons middaghapje, begeef ik me weer richting de moerbeiboom. Ik moet nog een boek kiezen. "Zijn jullie vandaag nog weg geweest?" hoor ik Philippe zeggen. Ze zijn naar St. Didier en Pernes-les-Fontaines geweest. Ik krijg een gedetailleerde omschrijving van alle bezienswaardigheden. Het was zo mooi, maar wel erg warm. Ze gaan daarom nu eerst douchen.

Ik hoor het hek opengaan. Onze ijzersterke gastheer Pim komt er aan. Hij heeft zojuist een route van 150 kilometer rond de Mont Ventoux afgelegd. We gaan eerst wat drinken, zegt hij me en doet zijn verhaal.

Intussen komen andere gasten terug en schuiven ook aan de tafel aan. De prachtige omgeving en het weer, en zeker die voortdurende regen in Nederland, worden uitgebreid doorgesproken. Het is veel te gezellig, niemand heeft zin om te koken of nog uit eten te gaan. Iedereen wil aan de tafel blijven zitten. We laten pizza's komen en doen onze dagelijkse muziekquiz.

Het zit er inmiddels alweer op. Morgen weer aan het werk. Sparen voor de volgende vakantie. Ik heb alvast twee boeken.

zondag 24 juli 2011

Service

- Da's dan twintig Euro.
- Hoezo, twintig Euro?
- We zijn er best lang mee bezig geweest.
- "We"? Je zou zelf m'n laptop even scannen om te kijken waar het probleem zat.
- Klopt, en dat scannen duurt best lang.
- Maar scannen doet dat ding toch zelf? Je hebt toch alleen maar de scanfunctie geactiveerd?
- Daarna heb ik nog overbodige zaken die waren gedownload verwijderd.
- Dat is toch ook zo gedaan?
- We kunnen dat niet gratis doen.
- Natuurlijk kan dat, maar ik krijg de indruk dat je dat niet wilt.
- Wij moeten ook wat verdienen.
- Dat begrijp ik wel, maar ik had verwacht dat dit onder de service zou vallen.
- We geven alleen garantie op de hardware. Het betrof hier een software-probleem.
- Natuurlijk is het een software-probleem. Ik kan geen zin meer typen. Hij zet voortdurend alles door elkaar. Ik erger me kapot, dat ding doet wat ie wil. Ik ben een kwartier bezig om een zin te twitteren.
- Op software zit geen garantie.
- Ik vraag ook niet om garantie, maar doe een beroep op jullie service. Dit is de duurste laptop die jullie hebben. Op internet stond hij voor ruim 200 Euro minder. Maar nee, jullie service, daar kon geen internetbedrijf aan tippen. Nu wil ik dus dat dit onder de service valt.
- Die service verlenen we niet op apparaten ouder dan twaalf maanden.
- Daar kan ik mee leven, maar deze laptop heb ik nog geen negen maanden.
- Maar ook niet op apparaten jonger dan twaalf maanden, zeg maar.
- Dan snap ik niet dat je het zojuist over twaalf maanden hebt.
- Dat was maar een voorbeeld.
- Een voorbeeld waarvan?
- We geven alleen garantie. En nogmaals, dat gaat dan om de hardware.
- Laten we de garantie er even buiten houden. Daar gaat het niet om. Wat houdt dan die destijds beloofde service wel in?
- Ja, uh.
- Ja?
- Bij die internetbedrijven krijg je ook geen service.
- Daar zul je nog van opkijken. Bovendien heb ik met jullie van doen. En ik krijg de toegezegde service kennelijk niet.
- We hebben het probleem wél opgelost.
- Wat was het probleem dan?
- Dat weet ik niet. De laptop is gescand en ik heb er dingen afgegooid.
- Hoe weet je dan dat het probleem is opgelost?
- Dat is dan altijd zo.
- Nou, geef maar mee. Ik heb voor twintig Euro iets geleerd over klantenbinding.

Rotding. Er blijkt niks opgelost. Schrijf ik een zin, dan worden alle letters en woorden nog steeds door elkaar gegooid.
Iemand wél een oplossing?

donderdag 19 mei 2011

Young Stars Cup 2011

Te voet, want dat was vanwege de verwachte grote auto-opkomst gevraagd, ga ik, teamcoach van VVT E4, naar het voetbalveld. Al van ver hoor ik Henk roepen door de speakers en, aangekomen, zie ik naast een inderdaad overvolle parking, jawel, dé Engelse spelersbus. Dit is duidelijk niet zomaar een toernooi.
Ik ruik dat Bram in z'n kraampje zijn best doet op de hamburgers. Drukte, springkussens en toernooigeluiden. Die sfeer.

Enkele van mijn spelertjes, mijn Young Stars, zijn er al. Ze hebben er zin. Ik ook. Wachtend op onze eerste wedstrijd kijken we naar het meisjesteam. Ze mogen spelen op het hoofdveld. Zo hoort dat.

We beginnen twintig minuten later dan gepland, zegt de leiding me. Wat uitloop door dingen en zo. Dat moet ook bij een groot toernooi. Ha, dan kunnen we nog even gaan springen, zeggen mijn voetballertjes en weg zijn ze.

De eerste wedstrijd winnen we. Verdiend. Dat geeft zelfvertrouwen. Ze praten al over kampioen worden. Dat hoor ik niet meer als we in de volgende wedstrijd door VVT E6 worden afgedroogd. Het maakt kennelijk geen diepe indruk. Of ze nu weer naar de springkussens mogen, vragen ze direct. Tuurlijk jongens, dit is jullie dag.

Springen geeft energie en dat merkt Kloetinge. We staan er weer. Dit is voetbal. Een mooie overwinning.

Dan komt onze alllereerste internationale wedstrijd. Assenede blijkt een maatje te groot. Niet erg, zegt trainer Martijn, jullie hebben keihard gewerkt. Nu eerst dorst lessen.

Nog eentje. Opnieuw tegen E6. Martijn geeft tactische aanwijzingen. Dat werkt. Met het laatste fluitsignaal is een overtuigende overwinning een feit. We zijn derde van de poule. Gejuich, we krijgen nu niet alleen een medaille, maar ook een echte beker.
En dan nog even samen poseren voor de foto.


Mike, Guylian, Tygo, Ali, Xander, Riyad, Thimo, Rick en keeper Bart: jullie hebben een mooie prestatie neergezet!

Tijd voor een hamburger.

dinsdag 10 mei 2011

La Rochelle

We rijden naar La Rochelle, een havenplaats gelegen aan de Atlantische Oceaan, hoofdstad van de Charente-Maritime. Want, zo is ons verteld, daar is een enorm zee-aquarium, een topattractie, daar moet je geweest zijn.
Je gelooft dat.

Op de enorme parking is nauwelijks nog plaats. We zijn niet de enigen. Dat wordt nog eens extra duidelijk als we binnenkomen. Ik zie vier lange kassarijen en hoor het gejengel van verveelde kinderen die al te lang moeten wachten. We sluiten maar aan.

Achter me staat een vrouw met kinderwagen. Ze heeft er kennelijk haar aardigheid in voortdurend tegen m'n kuiten aan te rijden. Ik ga me niet opwinden, neem ik me voor, want dit is namelijk een leuke dag.
Het duurt wel een beetje lang hè, papa, zegt Rick. Ja, het schiet niet op.
Vóór me zie ik dat een koppel uit de trage rij naast ons in onze rij gaat staan. Niemand die er iets van zegt. Ik houd me aan mijn voornemen.

Nadat we betaald hebben, blijken we niet naar binnen te mogen. Het is te druk. Brandweervoorschriften en zo. Of we nog even willen wachten. Dat doen we met een dertigtal anderen. Maar uiteindelijk is het zover, de deur gaat open. De vrouw met kinderwagen heeft haast, rijdt over mijn voet en is blij, zo vermoed ik, nu enkele seconden eerder een vis te kunnen gaan aanschouwen.

Bij binnenkomst slaat de warmte in je gezicht. De hele ruimte staat bomvol. We willen haaien zien. Dat gaat niet, dat wil iedereen. Ik meen tussen de horde mensen een glimp van een haai op te vangen. Rick ziet niets. En wat is het warm. We gaan maar naar de zeepaardjes, daar is het nog een beetje te doen. Daarnaast bevinden zich de zeenaalden, een soort zeepaardjes die te lui zijn een sierlijke vorm aan te nemen. Ik zeg Rick dat dit ook vissen zijn, maar hij wil echte vissen zien. Grote.

Bij de grote vissen krioelt het nog steeds van de mensen. Iedereen heeft het warm, dat ruik ik. Ik moet weg bij die Franse zweetlucht. Dan toch maar kleine visjes bekijken. Mijn vrouw heeft het gehad en wil weg. Ik kijk naar een zeepok. Hij lacht me uit.

"Sortie" staat boven een deur. Wat een mooi woord. Buiten is het prachtig weer. Voor ons is het er lekker koel. We lopen voorbij de ingang. Ik zie lange rijen en hoor het gejengel van kinderen.