zaterdag 5 februari 2011

Snackbar

- Alstublieft meneer, uw hamburger.
- Er zit geen broodje rond.
- Een broodje rond?
- Een hamburger moet toch tussen een broodje?
- Oh dat. Dan had u een broodje hamburger moeten bestellen.
- Bij McDonald's zit een hamburger altijd tussen een broodje.
- Heb je hier McDonald's op de gevel zien staan?
- Heb ik niet op gelet.
- Nou, dat staat er dus niet.
- En bij de Burger King. Overal eigenlijk.
- Hier dus niet. Luister. Als iemand een frikandel bestelt, zit er ook geen broodje bij. Tenzij hij daarom vraagt.
- Dat is anders, bij een frikandel.
- Hoezo?
- Omdat je een frikandel ook zo kunt eten.
- Een hamburger ook. Dat doen de meesten hier.
- Ja, omdat u er geen broodje bij geeft.
- Ik doe er dan nu wel een broodje bij en augurk.
- Dat is dan weer inconsequent.
- Wat zeur je nou?
- Als u zo precies bent met die bestellingen, dan zou ik nu alleen een hamburger met een broodje moeten krijgen.
- Dan laat ik die augurk zitten.
- Nee, doe er maar bij.
- Ja, maar wat is het nou?
- Ik wou er alleen op wijzen dat het inconsequent is.
- Goed, hier is je broodje hamburger. Met augurk. Verder nog iets?
- Ja, mijn vrouw wil ook graag een hamburger.

maandag 3 januari 2011

Werken together

Vandaag werd ik per e-mail benaderd door de heer Cheung Pui, vanuit China, naar ik vermoed. Hij is thans druk doende met een grote transactie, zo bleek mij, en heeft daarbij assistance nodig. In dat verband vroeg hij mij om hulp. Waarom hij juist bij mij is uitgekomen, krijg ik nog wel te horen, maar waarschijnlijk heeft hij via via goede berichten over mij vernomen. Hieronder ziet u zijn mail - best goed voor een Chinees - en mijn reactie daarop. Ik gun u een kijkje in het internationaal zaken doen.

"Goede dag,

Mijn naam is Mr.Cheung Pui.I werken met de Hang Seng Bank.There is een bedrag van $ 17,300,000.00. Op mijn bankrekening Hang Seng Bank ",Hong Kong. Er waren geen begunstigden verklaarde betrekking tot deze fondsen wat betekent dat niemand ooit zou komen tot it.That claim is de reden waarom ik vragen dat we werken together.I doen te werven voor uw hulp bij het uitvoeren van deze transaction.I van plan om 30% van de te geven totale middelen als compensatie voor uw assistance.I zal u op de hoogte over de volledige transactie onreceipt van uw reactie indien interesse,en ik zendt u de details en de nodige procedures om de overschrijving uit te voeren.Mocht u ge?nteresseerd zijn,stuurdandevolgendeinformatievandezeemeiladres:mrcheung_0101@live.hk
1. Volledige namen
2. Prive-telefoonnummer
3. Huidige woonadres

Met vriendelijke groet,

MR.CHEUNG PUI"


Tsja, dat is toch een eer, laten we wel zijn. Een dergelijk verzoek dient vanzelfsprekend stante pede te worden beantwoord.

"Geachte heer Cheung Pui,

Allereerst dank ik u voor het feit dat u mij hebt willen benaderen om u van dienst te mogen zijn. Uiteraard besef ik dat u de keuze had uit vele professionele dienstverleners. Dat u uiteindelijk mij boven anderen hebt verkozen, stemt mij blij, en begrijp ik ook wel. U zoekt kwaliteit en niet iedereen kan die leveren, hoezeer dat soms - maar vaak ten onrechte - wordt gepropageerd. Die ondernemers, want zo noemen ze zich, zijn alleen maar uit op geld en die doen niet hun best. Maar ik had, bijvoorbeeld, pas nog iets aan de hand en dat is ook bijna helemaal goed gekomen.

Ik heb uw e-mail met aandacht gelezen. Het betreft, zo lees ik, een grote financiële transactie en dan ben ik meteen zeer alert. Want, u kent ze vast ook wel, van die verzoeken, vaak vanuit van die Afrikaanse landen, meestal Nigeria, en dat is natuurlijk allemaal nep. Of je even je bankgegevens wil meedelen. Dan ben je dus echt naïef, als je dat dan dus doet. Maar bij u is dat anders. U vraagt niet om mijn bankgegevens.

Bovendien heb ik via Google even de Hang Seng Bank opgezocht. Deze bank was mij nog niet bekend. Ik heb gezien dat deze een grote speler is in de internationale bancaire wereld, dus dat zit ook goed.
U ziet het wel, ik ga als echte professional niet over een nacht ijs.

Hoewel de door u aan mij voorgestelde fee wellicht voor onderhandeling vatbaar is, kan ik daarmee, na wat rekenwerk, op voorhand instemmen. Op dit punt hebben we elkaar alvast weten te bereiken. Hooguit moeten we het nog even hebben over de eventueel verschuldigde BTW.

Ik kijk met hooggespannen verwachtingen uit naar de verdere inhoud van de opdracht. En ondanks dat mij nog niet precies bekend is wat u van mij verlangt, heb ik wel groot vertrouwen in een vruchtbare samenwerking. Wellicht kunnen we elkaar binnenkort eens face to face spreken. Ik nodig u daartoe bij mij thuis uit. Kan ik u meteen mijn zelfgekweekte tomatenplant laten zien.
Bij mij in de buurt zit een Chinees restaurant, niet duur. Daar kunnen we dan misschien samen wat eten.

Graag verneem ik van u,

Met vriendelijke groet,"

Zo, nu nog even afwachten.

vrijdag 17 december 2010

NSE 2010

Met veel lawaai komen we rond 19.15 uur binnen in restaurant Lekker La Vie. Logisch ook, dat lawaai, want er is veel te bepraten. We hebben namelijk een druk dagprogramma achter de rug en dat moet zo hard mogelijk worden doorgesproken. De gasten in het restaurant begrijpen dat.

Vandaag is de dag van het zogeheten "Najaars Social Event", kortweg het "NSE" genoemd. De dag waarop de Junior Kamer formeel afscheid neemt van haar leden die de leeftijd van veertig jaar hebben bereikt. Ik ben een van de vier leden die moet wegwezen.

Voor ons is een dagprogramma georganiseerd. Verzamelen om 9.30 uur in Lekker La Vie. Het vervolg van de dag moet nog even een verrasing blijven. De reeds aanwezige commissieleden doen geheimzinnig en zeggen "tsja" als je ernaar vraagt.
Een nog niet aanwezig lid zet even later op twitter alvast wat hij die dag gaat doen. Dat zien we dus: we gaan varen.

De mps Derra ligt al op ons te wachten. We vertrekken. Champagne en broodjes. Zo hoort dat. En dan komt de uitdaging. We moeten, zo wordt ons halverwege de vaart verteld, als afscheidsstunt het koude water van de Westerschelde in. Nu nog niet, straks, zegt kapitein Erik. Pepijn heeft speciale pakken geregeld, waarin we ons alvast moeten hijsen.

Het blijkt uiteindelijk toch een grap. Lachen, een half uur lang, minstens, waarna we, in Breskens aangekomen, in een eerder door Cuba geweigerde bus stappen. Waar gaan we naartoe?

De bestemming blijkt, na wat omzwervingen, Cadzand, bij Moio Adventures, de Boostwinnaar van 2010. Blowkarten, powerkiting, bier en Beach Tsjoek (uiteraard zonder body contact). Een garantie, zo blijkt later, voor twee dagen spierpijn. Geweldige middag. JK-ers onder elkaar.

Daarna terug over de Westerschelde. Bitterballen, André Hazes, Schippersbitter en teveel Champagne. Ik ben niet de enige die geniet.

Maar goed. Het is dus 19.15 uur. We zitten nog onder het zand, moeten zo douchen en in het pak voor het feest in het Arsenaal. We gaan vanavond knallen, zegt de voorzitter.

Ik ben aangekleed en ontdek dat ik mijn manchetknopen niet bij heb. Om niet nader te noemen redenen besluit ik maar niet naar huis te rijden en bel mijn vroegere overbuurman Jan, vlakbij in de binnenstad. Of hij nog manchetknopen heeft.
Jazeker, gouden manchetknopen van zijn trouwfeest, wees er voorzichtig mee.

Inclusief manchetknopen kom ik aan op het feest. Het is weer een echt super JK-feest, goeie dj en er wordt ook nog wat gedronken. Ik krijg als vertrekkend lid een speldje, de geknakte haan. Bij het opspelden verliest de voorzitter de pinsluiting. Even later verlies ik daardoor de haan. Toch gaat het feest door.

Mijn linkermouw zit los. Shit, mijn manchetknoop is weg. De muziek dreunt, er wordt gedanst en ik kijk maar naar de vloer. Ik vind dat ding niet terug.

Jacques van het Arsenaal belooft mij de volgende dag bij het opvegen extra aandacht te besteden aan een verloren linker manchetknoop. Ik wacht het resultaat ervan nog even af voordat ik Jan op de hoogte stel.

Vandaag naar het Arsenaal gebeld. Er is een zijden stola, een bolero en zelfs een sinterklaaspak gevonden, maar geen pinsluiting of manchetknoop.

Ik ga Jan maar eens bellen.

zaterdag 6 november 2010

iPhone 4

Ik loop naar de telefoonwinkel. Het regent. Mijn uittreksel van de Kamer van Koophandel dat ik mee moest nemen, houd ik droog onder mijn jas. Ik ga een iPhone 4 halen. Dat is niet zomaar een telefoon, maar een apparaat met allemaal belangrijke functies, zoals een kompas en een metaaldetector. Zo'n telefoon heb ik nodig.

Achter de balie staat een jongetje. Ik zie het direct, voor hem is ooit het woord "knaapje" bedacht. Het jongetje vraagt of hij mij kan helpen. Het lijkt me de reden voor zijn aanwezigheid. Ik denk het wel, zeg ik, ik wil een iPhone 4.

Oh, daar hebben we er maar één meer van.
Ja?
Uh, privé of zakelijk?
Zakelijk, zeg ik, terwijl ik zakelijk kijk.
Heeft uw kantoor al een abonnement bij T-Mobile?
Ja.
Aha, dan kan ik nu twee dingen doen, òf ik maak een tweede account van uw kantoor aan òf ik plaats u gewoon bij de bestaande account.
Ik moet kennelijk kiezen. Ik opteer voor het laatste, dat scheelt gegevens invoeren, lijkt me toch.
Precies, zegt hij, en bovendien staat alles dan op één factuur.
Waarom hij dan de andere mogelijkheid voorstelde, ontgaat mij, en ik vraag me af of het niet het account is.

Heeft u een uittreksel van de Kamer van Koophandel bij u?
Jazeker, die heb ik zojuist uitgeprint. Kijk, van vandaag.
Die is niet goed. Die heeft u zelf uitgeprint.
Ja, dat moest toch?
Nee, ik heb een origineel exemplaar nodig.
Daar staat hetzelfde op.
Kan zijn, maar de telecomaanbieders willen nu eenmaal een origineel exemplaar.
Maar het is vrijdagavond, de Kamer van Koophandel is pas maandag weer open en ik heb die telefoon nu nodig.
Dan zal ik voor de aanvraag wel even gebruik maken van dit uitgeprinte uittreksel, maar dan moet ik uiterlijk volgende week woensdag wel het origineel hebben. Anders gaat het alsnog niet door.
Nou, da's wel werken om een telefoon te krijgen.
Ja, ze zijn erg streng geworden.
Mijn kantoor heeft toch al een account? Dan hoeft er toch niet nog eens een uittreksel te komen.
Jawel, want dat hebben ze nodig.
Goed, goed, ik zal volgende week een origineel halen en komen brengen.
Oh, dat hoeft u niet per se te komen brengen. Als u het toefaxt, is het ook al goed.
Maar u moest toch het origineel hebben?
Ja, maar de telecomaanbieders nemen met een kopietje ook genoegen.

Mag ik dan nog even een kopietje maken van uw pinpas?
Waarom?
Dat moet.
Maar ik pin nu de aanschaf van het toestel met mijn privé-pas.
Dat kan niet. In verband met de registratie.
Ik wil privé betalen, omdat ik de kantoorpas niet bij heb.
Dan kan het wel. U betaalt dan nu het toestel en dan moet u volgende week met uw kantoorpas een cent komen pinnen.
Een cent?
Voor de registratie.
Goed. Ik zal volgende week een cent komen pinnen en dan neem ik meteen dat uittreksel mee.
Dat uittreksel mag u gewoon toefaxen.

Zo, ik heb u aangemeld.
Mooi.
Nu moet de aanmelding door T-Mobile nog goedgekeurd worden. Dat kan een kwartier tot een uur duren.
Hahahaha.
Nee, echt. Misschien dat u nog iets in de stad moet doen?
Het regent.
Misschien kunt u naar een winkel.
Ik ga wel naar kantoor en haal de kantoorpas. Dan kunnen we vanavond nog het een-cent-probleem oplossen.

Ik heb intussen bericht gehad van T-Mobile.
Kijk eens aan, we komen er wel.
Niet dus. U bent geweigerd.
Geweigerd? Waarom?
Dat weet ik niet. Dan zal ik even moeten bellen.
Doe maar. Telefoons genoeg.

Degene die ik aan de lijn heb, zegt dat er iets is met de eerdere inschrijving.
Wat dan? Die inschrijving is van jaren geleden.
Dat weet ze niet, haar collega heeft de aanmelding niet goedgekeurd.
Vraag dan naar die collega en geef de telefoon even aan mij.
Haar collega is vertrokken toen u uw kantoorpas was gaan halen.

Ik vind het erg vervelend voor u.
Ik ook.
Volgende week dan maar verder?
Nee, ik wil nu gebruik maken van de tweede-account-mogelijkheid.
Dat kan natuurlijk wel, maar dan krijgt u twee aparte facturen.
Vind ik prachtig. Doen.

Ik heb 'm! Mijn eigen iPhone 4, met 32GB nog wel. Ik bedank het jongetje.
Volgende week moet ik het uittreksel niet vergeten. Nu eerst eens uitzoeken hoe die metaaldetector werkt.

dinsdag 14 september 2010

Everzwijn

Ik denk eerst dat ik me het verbeeld, maar er staat toch echt een everzwijn in de berm. Ik rem en zet m'n auto stil, dat borstelbeest moet ik van dichtbij zien. "Pas maar op", zegt mijn vrouw als ik aanstalten maak uit te stappen, "misschien heeft ze kleintjes".
Inderdaad, ik zie geen slagtanden en dus zal het wel een vrouwtje zijn. Heb geen idee of ze halverwege augustus nog moederen, maar goed, het zou zomaar kunnen. "Papa, neem anders gewoon maar een foto vanuit de auto", zegt onze achtjarige Rick verstandig. Veiligheid voor alles.

Maar dan wordt het leuk. Moeder everzwijn komt de berm uit, gaat voor de auto staan en kijkt mij aan. Op die brutale manier die zo typerend is voor everzwijnen. "Nou gaan we lachen", zeg ik, doe mijn portier open en stap uit. We staren naar elkaar, moeders en ik. Da's nog best een flink beest, zie ik. Ik maak wat geluiden in het everzwijns om het te lokken.

Mijn avances werken niet. Geen chemie. Plots maakt het beest rechtsomkeer richting de berm en verdwijnt vervolgens in de struiken. Ik stap weer in en maak een grapje over Obelix. Mijn vrouw lacht niet, ze zegt dat ik gek ben. Rick weet niet wie Obelix is.

We rijden verder. Ik bedenk ineens dat ik vergeten ben een foto te nemen.

donderdag 9 september 2010

Praia da Oura

Iets buiten Albufeira ligt Praia da Oura, een aaneenschakeling van hotels, appartementen, horeca-gelegenheden en al datgene wat een verwende toerist voor een oppervlakkige vakantie nodig heeft. Dat heet een badplaats. Daar zijn wij.

We hebben een appartement aan zee geboekt. We zijn benieuwd. We komen in een klein doodlopend stoffig straatje met zeven moderne naast elkaar gelegen huisjes, elk met een eigen voortuintje met daarvoor een muurtje. Ook in Portugal doen ze kennelijk aan privacy. Dat je daardoor vanuit de voortuin geen uitzicht hebt op het strand en de zee, is daarvoor de kostprijs. Wij blijken in huisje zeven aan het eind van het straatje te zitten. Het ziet er schitterend uit. Dit komt helemaal goed.

De koelkast moet gevuld. Dus op naar het wijnrek van de supermarkt. "Hé leuk, jullie zijn ook boodschappen aan het doen", horen we. Het zijn Hans en Carla, zo blijkt ons later. "Ja, we hebben jullie in het vliegtuig al gezien, we zitten in huisje vijf en zijn dus eigenlijk buren", zo weten ze ons te melden. We groeten terug.

Vanuit de frisse supermarkt lopen we met onze vino verde de Portugese zon in. Buiten staan Hans en Carla. "We hebben even op jullie gewacht, dan lopen we samen terug, gezellig."

Die avond willen we gaan eten, ergens op the strip. Als we huisje vijf passeren, horen we "wat gaan jullie doen?" "Och, even een hapje" brengt Hans en Carla ertoe ook wat te gaan eten en wel tezamen met ons, want gezellig.
Carla praat graag, een onderwerp blijkt daarvoor niet noodzakelijk. Gewoon praten. Haar moeder heeft suikerziekte. Na iedere drie zinnen vraagt ze me "vind je ook niet?" Ik vind het ook. Hans is een zwijgzaam type. Iets zegt me dat dit anders was voordat hij haar leerde kennen.
We hoeven geen dessert, Carla wel, "want ik ben dol op toetjes" en ze lacht hard. Voor ons dan maar koffie. "An Irish coffee for me", bestelt Carla alvast mee. Terecht, je zou wat missen.
Als de rekening komt, stelt Carla voor deze te delen.

De andere dag besluiten we lekker niks te gaan doen aan het zwembad. Liggend op een strandstoel eindelijk eens dat boek lezen dat ik een half jaar geleden heb gekocht. Ik ben nog maar op de derde bladzijde als ik een schaduw over mij heen zie komen, opkijk en de lach van Carla hoor. "Ja, we zagen jullie al voorbij komen". Ze pakt een strandstoel, gaat naast mij liggen, gezellig, en vertelt honderduit over de kinderen van haar zus. Dat zijn twee jongens die op ballet willen, maar niet mogen van hun vader. Dat moet toch gewoon kunnen, vindt ze. Of ik dat ook niet vind.

Die avond gaan ze naar the strip "op café", zoals ze dat noemt. Wij ook, maar blijven bij het eerste café, een Irish pub, hangen. We willen een avondje met z'n tweeën en we schatten in dat dit hier zou moeten lukken. Een Amerikaan met gitaar en een gemaakt accent is de nep-Ier-act van die avond. Niet eens zo slecht. Ik bestel voor het decorum een guinness. Ha, rust. Hèhè, zegt mijn vrouw.

"Ah, zitten jullie hier", horen we even later een inmiddels bekende stem roepen. "We zagen jullie al nergens en waren terug op weg naar huis." Hans neemt ook een guinness. Carla wil een Irish coffee en vertelt ons alles over de zwakke heup van haar vader. Ze lacht weer veel die avond. Hard.

Dit gaan we zo geen twee weken doen. We hebben al een een plan voor de dag erna. We willen naar het strand en onze tocht daarnaartoe mogen Hans en Carla absoluut niet zien. Fluisterend vertrekken we en bij huisje vijf aangekomen bukken we achter het muurtje. Mijn vrouw gaat op haar hurken vooruit, ik liggend als een echte commando. Ze kunnen ons niet horen, ze kunnen ons niet zien, dit wordt een perfecte operatie.

"Wat doen jullie nou?" horen we Carla's stem roepen. Daar staan ze, in het begin van het straatje, met plastic tasjes, net terug van de supermarkt, te kijken hoe wij half in het stof liggen te happen, onder hun muurtje. Hoe leg je dit uit? "Hij is zijn lens kwijt", zegt mijn vrouw. Briljant, mijn lens! Ze komen direct mee helpen zoeken en wonder boven wonder vind ik zelf die lens.

Af en toe ben je blij dat sommige mensen maar vijf dagen met vakantie zijn.

vrijdag 27 augustus 2010

Vlinderstrik

December 2009, feest in Sluis, lokatie Le Répertoire. We weten op voorhand hoe dat zal aflopen, dus we hebben een hotelletje geboekt. De luxe Dikke van Dale bleek al volzet, maar in het hotel met de vogel is nog plaats.

De ontvangst is hartelijk. De kamer doet wat sjofel aan, maar is ruim genoeg en tenslotte hebben we alleen een bed nodig. Als dat een beetje slaapt, zijn we allang tevreden. We zijn daar gemakkelijk in.

Mijn vrouw heeft haar galajurk aangetrokken en doet haar make-up. Ik trek mijn smoking aan en zoek mijn manchetknopen.
Ineens horen we een zeker ritmisch getik. We gaan op onderzoek en zien op het systeemplafond, vlak bij de kamerdeur, een grote natte plek. Waterdruppels vallen op onze vloerbedekking. Mijn vrouw gaat de gastheer waarschuwen.

Ik ben bezig met mijn vlinderstrik en houd intussen het plafond in de gaten. Op de gang hoor ik mijn vrouw tezamen met een mannenstem terugkomen. Juist op het moment dat ze de kamerdeur openen, stort een deel van het plafond met lawaai naar beneden. Een plas water volgt. We staan met z'n drieën naar boven te kijken. Niemand zegt wat.
 "Da's niet goed", zegt onze gastheer op een gegeven moment. Hij is geërgerd door de situatie, dat zien we, begrijpelijk ook, net op een drukke zaterdagavond. Naar ons toe blijft hij hoffelijk en biedt een andere kamer aan, "maar die is niet zo luxe". We vinden het wel goed zo.

Wij kunnen gewoon naar het feest, zegt hij. Hij zal zorgen dat het op de grond liggende plafond straks door het personeel wordt opgeruimd en dat de bovenleidingen worden afgesloten. We leggen onze koffers met daarin onze kleding voor morgen voor de zekerheid in een veilige, droge hoek van de kamer.
Het feest kan beginnen.

In Le Répertoire kun je een feestje bouwen. Het eten is goed, de bediening is vriendelijk en de band zorgt voor ambiance. Verder een pot ouwehoeren. Zo hoort het. Na afloop nog een afzakkertje in café Jopie. Superavond.

We worden wakker. Na een verfrissende douche willen we ons aankleden en openen onze koffers. Onze kleren blijken vochtig te zijn, in beide koffers staat wat water. Maar het plafond daarboven is kurkdroog evenals de buitenkant van de koffers. Dit kan natuurlijk niet uit zich zelf zijn gebeurd en we trekken onze conclusie.

Beneden aangekomen treffen we de gastheer. Hij is weer hartelijk. We ontdekken niets in zijn ogen, ook verder doet hij niet vreemd. Goed, híj zal het dan wel niet zijn geweest. Maar kloppen doet hier iets niet. We zeggen er niets van en betalen de rekening.

Voor we op huis aan gaan, lopen we rond in Sluis. Te drogen. We gaan ontbijten in de Oude Kerkstraat. Terwijl we onze koffie krijgen, vraagt mijn vrouw zich hardop af of wij toch niet een beetje té gemakkelijk zijn.